Het is nog niet definitief, maar naar alle waarschijnlijkheid zal binnen afzienbare tijd de Jostiband op houden te bestaan. Zo komt er een einde aan het bestaan van een unieke band.

De reden, dat de band mogelijk zal moeten stoppen, is niet van financiële aard. Ook ligt de oorzaak niet bij de instrumenten of de oefenruimte. Verder zijn er genoeg mensen die de band willen begeleiden. De oorzaak ligt elders. Het is gelegen in het feit dat er geen kinderen meer met het syndroom van Down geboren worden.

Het niet meer voorkomen van baby’s met Down komt trouwens niet omdat er geen zwangerschappen meer zijn waarbij de foetus niet de chromosoomafwijking heeft die Down veroorzaakt. Die zijn er en zullen er zijn. Maar zulke foetussen hoeven niet meer door te groeien tot volwaardige baby’s. De diagnostiek is zo verbeterd dat al in een vroegtijdig stadium de chromosoomafwijking ontdekt kan worden en zo besloten kan worden tot een abortus.

Dat het vroegtijdig op kunnen sporen van Down betekent dat de Jostiband ophoud te bestaan, is een vervelende bijkomstigheid die geaccepteerd moet worden. Het is jammer, want de optredens, vooral bij Ivo Niehe, waren legendarisch. Ook is het bijzonder dat er dit jaar met acteur Waldemar Torenstra een lied en een clip is opgenomen, waarbij hij een duet zingt met Sara, de ster uit het televisieprogramma Down voor Dummies. Maar iedereen is het er toch wel over eens dat ‘zulke’ kinderen niet meer geboren kunnen worden in een maakbare maatschappij als de onze.

MAAKBAAR? Dat valt meer dan regelmatig vies tegen. Vooral omdat mensen zonder Down er een grote puinhoop van maken. Egoïsme viert welig hoogtij. De graaicultuur is voor velen de norm. Respect voor andere mensen en voor dieren en de natuur is soms ver te zoeken. Het is onthutsend dat mensen zonder chromosoomafwijking zich zo verstandelijk beperkt kunnen gedragen, dat je er down van wordt.

Op 19 november maakt het Nederlands Dagblad melding van het gegeven, dat de Protestantse Kerk gaat onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is predikanten als werknemers in dienst te nemen. De aanleiding van dit onderzoek is het besluit van het Georganiseerd Overleg Predikanten, dat betrekking heeft op de arbeidsvoorwaarden en het traktement van predikanten.

Dat het mogelijk is, dat predikanten werknemers worden, lijkt mij niet zo’n moeilijke vraag. De mobiliteitspool van predikanten geeft hier al het antwoord op. De vraag is veel meer of het wenselijk is.

Het aardige is, dat de Protestantse Kerk in Nederland hier al een antwoord op heeft gegeven. Ten minste dit valt te lezen op de site domineeworden.nl. Hier staat het volgende:

———————————————–

Geen werknemer

Een predikant is niet als werknemer in dienst van de gemeente. De kerk vindt het namelijk belangrijk dat predikanten in vrijheid hun ambt kunnen uitoefenen. Binnen de kerkenraad worden wel afspraken gemaakt over de verdeling van het werk in de gemeente, maar een predikant heeft een behoorlijke mate van vrijheid als het gaat om preken, catechese en pastoraat.

Om deze vrijheid te garanderen is ervoor gekozen dat een predikant niet als werknemer in dienst is van een gemeente. Bij werknemers is er een gezagsrelatie met een werkgever en die laatste is er bij predikanten niet. Dat een predikant als zelfstandige werkzaam is, betekent echter niet dat hij ook verantwoordelijk is voor zijn eigen inkomen. Er is geen ondernemersrisico. Word je als predikant beroepen, dan geldt namelijk een centrale regeling voor de arbeidsvoorwaarden.
http://www.domineeworden.nl/info.aspx?page=13947
———————————————–

In deze tekst staat al een zeer belangrijk punt waarom een predikant geen werknemer moet zijn. Een predikant moet in vrijheid het ambt kunnen uitoefenen. Vanzelfsprekend afspraken maken met de kerkenraad, maar geen landelijke kerk of plaatselijke gemeente, die een predikant kan zeggen wat deze moet doen of niet, moet (s)preken of niet. Wat wat zouden (in de toekomst) de gevolgen kunnen zijn?

Als een predikant werknemer is, kan dan de landelijke kerk in overleg met de plaatselijke gemeente een predikant overplaatsen? Bijvoorbeeld omdat de predikant te ‘lang’ in de gemeente staat of er niet langer vruchtbaar kan werken volgens de kerkenraad?

Kan een predikant, die werknemer is, gedwongen worden om zaken te doen, die tegen zijn geweten in gaan? Bijvoorbeeld het trouwen van mensen van hetzelfde geslacht, het toelaten van kinderen tot het avondmaal, het bevestigen van vrouwen in het ambt, het leiden van een crematie, het zingen van andere liederen dan alleen de psalmen, het volgen van een leesrooster. Zo zijn er vele voorbeelden te bedenken.

Het zijn voorbeelden waarvan ik niet vermoed, dat die direct zullen spelen, maar de mogelijkheid ligt er wel. Want een werknemer zal naar de werkgever moeten luisteren en anders kan ontslag volgen en hiermee uit het ambt van predikant gezet worden.

Wie is trouwens de werkgever? De landelijke kerk. Maar wie of wat is de landelijke kerk. Is dit de synode of de directeur van de landelijke dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland?

Het zijn allemaal vragen die gesteld kunnen worden bij de vraag of een predikant werknemer moet worden. Maar het allerbelangrijkste is, dat we goed voor ogen hebben wat de reden is om dit eventueel te wijzigen. Arbeidsvoorwaarden en traktement. Moet geld, de mammon, de reden zijn om de vrijheid van het ambt op te geven? Het dunkt mij van niet. Wie de vrijheid van het ambt van predikant hoog heeft staan, die zal die te vuur en te zwaard verdedigen. Want de enige bij wie de predikant in dienst is, is de Heere, de God die hemel en aarde geschapen heeft en die de Vader is van de Zaligmaker Jezus Christus. Want een predikant is een verbi divini minister.

———————————————————————————————————————-

Hieronder staat de tekst van het opiniestuk uit het Reformatorisch Dagblad van 26 november 2013

———————————————————————————————————————-

Predikant geen gewone werknemer

Er kleven de nodige haken en ogen aan de gedachte die leeft om predikant als werknemers in dienst te nemen, stelt ds. J. Holtslag.

Na maanden van vergaderen is op 12 november het Georganiseerd Overleg Predikanten (GOP) binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) tot een overeenkomst gekomen betreffende een tegemoetkoming van de kerk in de premies die de afzonderlijke predikanten betalen voor de Zorgverzekeringswet. De Bond van Nederlandse Predikanten is niet blij met het compromis, maar legt zich er bij neer. Zowel het moeizame overleg als de ontevredenheid over het compromis heeft het GOP tevens doen besluiten om te gaan onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is predikanten als werknemers in dienst te nemen.

Een predikant binnen de PKN is op enkele uitzonderingen na geen werknemer. Het predikantschap is een vrij beroep. Iets dat moet blijven. Het is niet wenselijk om als predikant werknemer te zijn.

Mógelijk is het overigens wel. Het genoemde onderzoek zal dit aantonen. Ook zijn bij bijvoorbeeld de Doopsgezinde Kerk en de Nederduits Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika predikanten in dienst van de plaatselijke gemeente. Daar komt bij dat er vele ontwikkelingen binnen de PKN zijn die hiernaar toe lijken te werken. Verder is bij een arbeidsovereenkomst naast de materiële gezagsverhouding ook een meer formele gezagsverhouding toegestaan. Het kan dus. Maar wat kan is niet altijd wenselijk.

Allereerst stel ik dat het onjuist is dat het regelen van materiële zaken de reden is en/of de doorslag geeft om van een predikant een werknemer te maken. Het roept om een discussie over het ambt van predikant. Wanneer vanuit deze discussie zou blijken dat er geen bezwaar zou zijn, dan kan de materiële kant besproken worden. Maar het financiële mag niet voorop staan.

Is het wenselijk, dat een predikant werknemer is? Dit is het niet en laat ik beginnen bij een punt dat op de PKN-site domineeworden.nl wordt genoemd. Hier staat dat de kerk het belangrijk vindt dat predikanten in vrijheid hun ambt kunnen uitoefenen. Deze vrijheid wordt gekoppeld aan preken, catechese en pastoraat.

Waar zit die vrijheid precies in? Met deze vrijheid wordt niet verwezen naar de vrijheid om zelf de agenda in te vullen. Al zal er vrijheid moeten zijn over de tijd die besteed wordt aan de preekvoorbereiding, huisbezoek, studie en dergelijke. Maar wanneer het over vrijheid gaat, dan is dit verbonden aan de positie die een predikant inneemt ten opzichte van de Heere God. Hij staat als verbi divini minister’ in dienst van de Heere. Hij zal zich moeten houden aan de taak die de Heere hem gegeven heeft en zal aan Hem verantwoording moeten afleggen.

Hierom moet een predikant de vrijheid hebben om het Woord van God te prediken, zonder dat iemand hem zegt wat en met welke woorden hij moet preken. Hierom zal hij de vrijheid moeten hebben om zelf het pastoraat te bepalen. Er kunnen namen worden doorgegeven, maar hij laat zich niet sturen. Hij moet daar pastoraat bedrijven, waar de Heere dat wil. Verder zal de predikant de vrijheid moeten hebben om geen zaken te doen die tegen zijn geweten ingaan en die hij op grond van Gods Woord niet kan uitvoeren.

Want kan een predikant als werknemer gedwongen worden om kinderen toe te laten tot het Heilig Avondmaal, een crematie te leiden, een leesrooster te volgen, mensen van hetzelfde geslacht te trouwen? Zo zijn er vele voorbeelden te bedenken. Het zijn voorbeelden waarvan ik niet vermoed, dat die direct zullen spelen, maar de mogelijkheid ligt er wel. Want een werknemer zal naar de werkgever moeten luisteren en anders kan ontslag volgen en hiermee uit het ambt van predikant gezet worden. Is dit wat we willen?

Wie is trouwens de werkgever? Als dit de kerkenraad is, dan liggen conflicten op de loer. Zeker wanneer de verhouding tussen predikant en kerkenraad niet optimaal is of wanneer de predikant niet in overeenstemming met de kerkenraad spreekt en handelt. Welke gevolgen heeft dit voor het beroepingswerk en voor het predikantsgezin?

Ook de landelijke kerk zou de werkgever kunnen zijn. Maar wie of wat is de landelijke kerk? Is dit de synode of de directeur van de landelijke dienstenorganisatie van de PKN? Voor predikanten in algemene dienst geldt trouwens al dat zij geen kritiek mogen uiten op het beleid van de landelijke kerk.

In één van de reacties die ik op mijn blog hierover ontvangen heb, wordt een stichting van predikanten geopperd of een maatschap. Wanneer door de overheid voor het regelen van de arbeidsvoorwaarden het werknemerschap wordt geëist, dan is dit misschien een mogelijkheid. Maar niet voordat er in de kerk gesproken is over het ambt van predikant en de vrijheid die van Godswege hierbij hoort.

De auteur is hervormd predikant te Giessen-Nieuwkerk en Neder-Slingeland.

Vanuit de Bijbel worden wij opgeroepen om te geloven in Jezus Christus. Zelfs om Zijn Naam te belijden. Als predikant ben ik dan ook dankbaar, dat er ieder jaar gemeenteleden zijn die na het volgen van de belijdeniscatechese komen tot de openbare belijdenis van het geloof.

Dit is het onderwerp, dat ik graag bij jou wil aansnijden. Want ik zou graag zien, dat meer mensen komen tot de belijdenis van die ene Naam die ons gegeven is om daardoor behouden te worden voor de eeuwigheid.

Nu kan het zijn, dat er nooit over nagedacht is om belijdeniscatechese te volgen. Het kan ook zijn, dat er gezegd wordt te geloven en dat het doen van openbare belijdenis daar niets aan toevoegt. Graag wil ik in beide gevallen jou enkel punten ter overweging geven, waardoor hopelijk een andere kijk gekregen wordt op de belijdeniscatechese en het doen van openbare belijdenis van het geloof.

Eerst wil ik een tweetal citaten weer geven van jongeren die eens belijdenis gedaan hebben.

Belijdenis doen is ‘ja’ zeggen op je doop. Dit was voor ons de belangrijkste reden om belijdenis te doen. Je weet vast al wel dat je voor God kiest, maar het is mooi omdat in het openbaar te midden van de gemeente te mogen zeggen. Hierbij zou de vergelijking gebruikt kunnen worden die aangedragen is over het huwelijk. Dat was voor ons een echte eye-opener.

Ik heb belijdenis gedaan omdat ik ‘Ja’ wilde zeggen tegen God. God heeft zijn Zoon naar de aarde gestuurd om mijn zonden op zich te nemen, wat een genade! Tijdens de belijdeniscatechisatie praat je met de groep over allerlei onderwerpen die met geloven te maken hebben, voor mij is dat een hele leerzame en leuke periode geweest. Ook bouw je aan je persoonlijke relatie met God. Met mijn belijdenis heb ik voor God gekozen en een leven met Hem. Echt een aanrader!

Uit beide reacties valt te lezen, dat ‘Ja’ zeggen een wezenlijk iets is. Ondanks, dat God allang van het geloof af weet. De vergelijking met een huwelijk is doeltreffend. Een man en vrouw die op het punt staan te trouwen, weten van elkaar dat ze elkaar liefhebben. Toch wordt het op de trouwdag tot tweemaal toe in het openbaar gezegd. Het zou vreemd zijn, wanneer één van beiden zou zeggen: “Je weet, dat ik van je houd en daarom vind ik het niet nodig om nu ‘Ja’ te zeggen”. Met de belijdenis van het geloof is het net zo. Natuurlijk weet God wat er in jou hart leeft, maar zou Hij het dan niet fijn vinden, dat jij het openlijk zegt in het midden van Zijn gemeente? Hij heeft dit zelf ook gedaan toen de Heilige Doop bediend werd. Op die dag zei God ‘Ja’ tegen jou. Wanneer zeg jij openlijk ja tegen God?

Denk er eens over na. Praat er eens over met iemand die dicht bij je staat. Neem eens contact op met je ouderling of predikant. Het zou jammer zijn, wanneer je deze zomer jou gedachten hier niet over liet gaan. Niet om je te pushen. Dat is niet de bedoeling. Maar dus wel om je aan het denken. En dat denkproces is nu begonnen.

Grote geheimzinnigheid is er omtrent wachtwoorden. Terecht. Want je wilt niet dat iemand je wachtwoord kent van BOL.com en op jouw naam en jouw kosten aankopen doet voor zichzelf. Of stel dat iemand iets post op jouw Facebook-account. Daar moet je niet aan denken. Daarom is het belangrijk om wachtwoorden af te schermen en niet te eenvoudig te laten zijn.

Eenvoudige wachtwoorden zijn er genoeg. Zo maak ik er een sport van om op plaatsen waar ik kom de code van het WiFi-netwerk te kraken. Vooral bij restaurants is mij dit enkele keren gelukt. Want dan bleek dat de naam van het restaurant het wachtwoord was of de straat waaraan het restaurant staat.

Nu is het kraken van de code van de WiFi over het algemeen niet zo erg. Mensen willen gewoon gebruik maken van het Internet en zullen verder niet in het netwerk bezig gaan. Hierom worden op verjaardagsfeestjes regelmatig wachtwoorden uitgewisseld. Vooral jongeren vragen om het wachtwoord. Een vraag die zij in bijna alle gevallen positief beantwoord zien.

Nu bestaat zo’n wachtwoord vaak uit een reeks willekeurige letters en cijfers. Een enkele keer is er achter het wachtwoord een logica te vinden. Bijvoorbeeld het adres met postcode. Of de namen van de bewoners. Of de datum waarop het huis betrokken is. Soms zijn het erg leuk bedachte wachtwoorden.

Maar het zijn niet de leukste wachtwoorden die ik ken. De leukste wachtwoorden ben ik bij twee kerken tegengekomen. Bij de één is het wachtwoord een naam gekozen van één van de discipelen van Jezus. Bij een andere kerk kreeg ik als wachtwoord door j1e2s3u4s. Oftewel jesus met 1 tot en met 4 er tussen in.

Dit bracht mij op een missionair idee. Wanneer een gemeente er geen bezwaar van maakt om het wachtwoord aan de eigen gemeenteleden en aan gasten bekend te maken, waarom maken we er dan geen missionair wachtwoord van. Een wachtwoord met een boodschap, waardoor het Evangelie verspreid wordt. Dit geldt trouwens net alleen voor het wachtwoord, maar ook voor de naam van het WiFi-netwerk. Hieronder een paar voorbeelden, maar bedenk zelf een andere.

Johannes3vers16

Handelingen4vers12

1Korinthe12vers3

Psalm23

Exodus20

Opde3edag

7kruiswoorden

10geboden

12discipelen

JezusisHeer

ZieIkkomspoedig

Ten tijde van de Franse revolutie in 1789 kwam de leus ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ in gebruik. Waarschijnlijk als een van de vele leuzen die rond gingen. In 1791 werd de leus opgenomen in de Franse grondwet. Toch raakte de leus in de vergetelheid. De februari-revolutie van 1948 onttrok de leus hier aan. Het werd het motto van de derde Franse republiek en de lijfspreuk van Frankrijk. Naast Frankrijk is het ook het motto van Haïti.

Wat is er van die spreuk geworden?
Wanneer we kijken naar vrijheid, dan moeten we concluderen dat de individuele vrijheid van een mens in West-Europa nog nooit zo groot is geweest. De mens is vrij en kent bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst. De vrijheid is zover doorgetrokken dat het individualisme prioriteit is. Het wezen van een individu is heilig.
Wanneer we het tweede woord er uit pikken, dan is de conclusie overeenstemmend. Gelijkheid is heilig. Onderscheid maken in gelijke situaties is uit de boze. Duidelijk is niet gebleken bij de afschaffing van de enkele feit-constructie in april van dit jaar. Man of vrouw, homo of hetro mag niet bepalend zijn. Iets dat evenzeer geldt voor ras en godsdienst.

Van twee van de drie begrippen kunnen we al zeggen dat zij bepalend zijn geworden in onze huidige maatschappij. Hoe zit dit met de laatste van de drie begrippen; broederschap?

Sinds de troonrede van 17 september 2013 doet de term Participatiesamenleving opgeld. Het is een term waarmee aangegeven wordt dat de verzorgingsstaat voorbij is en ieder verantwoordelijkheid moet nemen voor het eigen leven en de omgeving. Het geeft aan dat de overheid zich terugtrekt of slechts een faciliterende rol speelt.
De reden voor deze omslag is het onbetaalbaar worden van de verzorgingsstaat. Het fundament van deze omslag zal de broederschap moeten zijn. Wanneer dit derde begrip op een gelijk manier ingang heeft gevonden in de samenleving, als de andere twee begrippen, dan hoeft er geen ongerustheid te zijn. Want in een samenleving waarin niet alleen vrijheid en gelijkheid het doen en laten bepalen, maar ook broederschap, zal iedereen verantwoordelijkheid nemen voor het eigen leven en voor de omgeving.

Maar de praktijk is niet zo. Laat ik niet iedereen over één kan scheren. Velen zijn betrokken bij mantelzorg van gezinsleden, familieleden, buren of anderen. Daarnaast zijn velen actief als vrijwilliger bij sportverenigingen, muziekverenigingen of andere maatschappelijke organisaties, zoals de kerk. Ook blijkt de Nederlander nog steeds veel te geven aan goede doelen. Toch is hier een kentering gaande. Zo willen loterijen niet 50%, maar slechts 40% afstaan aan goede doelen. Het betekent, dat het merendeel opgaat aan de eigen organisatie en aan prijzengeld. Dit past niet bij een participatiesamenleving. Hier geldt het eigenbelang. Iets dat we volop tegenkomen in de huidige maatschappij. De ander gaat niet voorop, maar ook niet gelijk mee. Broederschap zou toch moeten betekenen om de ander even lief te hebben als jezelf? Broederschap zou in feite de drijfveer moeten zijn van vrijheid en gelijkheid. Maar de vrijheid van een ander is om de eigen vrijheid te waarborgen. Daarbij lijkt het wijzen op gelijkheid voor bedoelt om het eigen gelijk voor op te stellen.
Het derde begrip uit de Franse revolutie is dus niet zo ingeburgerd als de eerste twee. De broederschap is ondergesneeuwd. Misschien wel door het geschreeuw om vrijheid en gelijkheid. Wanneer de overheid dan pleit voor een participatiesamenleving, dan stelt zij een omslag voor die geen basis heeft. Een mislukking staat voor de boeg en over een aantal jaren zal massaal opgeroepen worden om ingrijpen van de overheid op talloze terreinen.

Tenzij de kerk de plaats inneemt die zij eeuwen ingenomen heeft. Hierbij denk ik aan de diaconessenhuizen en de vele zorginstellingen voor ouderen en voor mensen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking die in het verleden zijn opgericht door de kerk of door aan de kerk gelieerde organisaties. Zou dit vandaag de dag ook kunnen? Plaatselijk en/of landelijk het gat vullen dat de overheid laat vallen. Ik zie gelukkig allerlei regionale diaconale overleggen ontstaan met betrekking tot de WMO en bijvoorbeeld schuldhulpmaatje. Dat is meer dan goed en mag gerust uitgebreid worden.
Tegelijk is het nodig dat los van de diaconie de kerkelijke gemeente laat zien wat broederschap is. Christelijke naaste liefde. Er zijn voor mensen die hulp nodig hebben. Want wat zijn er veel mensen die hulp nodig hebben. Dan kunnen we denken aan asielzoekers die met niets in ons land aankomen en vaak heel lang in afwachting zijn van een verblijfsvergunning of aan afgewezen asielzoekers die soms letterlijk geen kant op kunnen. Maar ook aan vele anderen in het dorp, de wijk of de stad die heel hard hulp nodig hebben. Omdat het financieel niet bol te werken is. Omdat het lichamelijk of geestelijk niet meer gaat.
Oorzaken kunnen heel divers zijn en er moet opgepast worden dat mensen misbruik maken van aangeboden hulp. Maar laten we niet te snel oordelen. Het oordeel past ons ook niet. Laten we als christelijke gemeenschap aan de samenleving en de overheid tonen wat broederschap is en dat vrijheid en gelijkheid dan meer voorstellen dan nu.

Vrijheid en gelijkheid stellen trouwens pas echt wat voor wanneer mensen de vrijheid van Christus kennen en weten dat er bij de Heere God geen aanziens des persoons is. Vanuit deze geloofskennis mag de kerk hulpverlenen en is het haar roeping om het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen. Waarbij het niet de bedoeling is dat het Evangelie met de geboden hulp gelijk door de strot geduwd wordt of dat hulp afhankelijk is van kerkgang. De hulp die geboden wordt, zal geboden moeten worden vanuit naaste liefde. Waarbij er natuurlijk de hoop en het gebed er mag zijn dat mensen door de ontvangen naaste liefde de liefde van God in Christus Jezus leren kennen en aannemen.

Te midden van een participatiesamenleving is het dus goed wanneer we als kerk invullen wat na de Franse revolutie is blijven liggen en nu door de overheid afgeschoven wordt en wat in het verleden altijd al door de kerk is opgepakt en waartoe de Heere Jezus ons al de weg gewezen heeft in de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. Broederschap. Want ik ben de hoeder van mijn broer.

Bronnen:
Participatiesamenleving, geraadpleegd op 1 november 2014 via http://nl.m.wikipedia.org/wiki/Participatiesamenleving
Vermeulen: Participatiesamenleving biedt kans aan orthodoxen, geraadpleegd op 1 november 2014 via http://www.refdag.nl/nieuws/politiek/vermeulen_participatiesamenleving_biedt_kans_aan_orthodoxen_1_866255
Vrijheid, gelijkheid en broederschap, geraadpleegd op 1 november 2014 via http://nl.m.wikipedia.org/wiki/Vrijheid,_gelijkheid_en_broederschap