Vandaag vertrokken wij om 8:30 vanaf het hotel om de hele dag door te brengen in Wittenberg. De stad waar de reformatie begon en voortgezet werd. 31 oktober 1517 is daarbij de dag. Maarten Luther sloeg volgens de traditie een papier met 95 stellingen op de deur van de Slotkerk. Deze kerk werd gebruikt door de graven van Wittenberg en door de in 1502 opgerichte universiteit. De deur was een mededelingenbord geworden.

 

 

De Slotkerk hebben we als eerste bezichtigd. Hier ligt Luther en ook Philip Melanchton begraven.

 

 

 

 

Aansluitend vertrokken we richting de stadskerk, de Marienkirche. De grootste bijzonderheid hier is het reformatiealtaar dat geschilderd is door Lucas Cranach de oudere.

 

 

Na dit bezoek was er een orgelconcert in de Slotkerk en zo waren wij daar opnieuw. Nu voor een mooi en indrukwekkend concert.

 

 

Toen was het lunchtijd. Deze werd onderbroken door een bezoek van een pseudo Maarten Luther. Hij liep door het centrum van Wittenberg.

 

 

 

Hierna een extra programmaonderdeel. Een bezoek aan het panorama Wittenberg. Een schitterend beeld van Wittenberg 500 jaar geleden. Een vijftal heeft onderwijl een tocht met een treintje gemaakt.

 

 

Als laatste bezochten we om 17:00 uur het Lutherhuis. Hier woonde Luther vanaf 1511 en vanaf 1525 met Katarina von Bora. In 1532 verwerft hij het huis.

 

 

Uiteindelijk kwamen we pas om 19:35 aan in het hotel. Om 20:00 eten dat nogal uitliep tot 5 kwartier. Na de avondsluiting werd er dus geen bezoek meer gebracht aan Halle. Wat drinken in het hotel en dan naar bed.

 

Was het 500 jaar geleden dat de kerk in beroering kwam door de 95 stellingen van Maarten Luther, vandaag is de kerk ook in beroering. Oorzaak is Kerk2025. Een stappenplan dat al een paar jaar oud is, maar nu de gemoederen flink bezighoudt. Een van de redenen is dat de classes zich hebben uit te spreken over deel 1 van de kerkordewijzigingen. Hiermee is het veel dichterbij gekomen dan toen het in november 2014 in de synode geagendeerd was. Al is de inhoud niet geheel anders. Wie de synodevergaderingen gevolgd heeft, had al eerder over kerk2025 kunnen weten en daarop kunnen reageren. In de laatste dagen voordat de consideraties ingestuurd moesten worden is dit gedaan via Kerk2018 van ds. Herman van Ginkel en via het Manifest tegen structuurwijziging PKN.

 

Kerk2018 heeft mij aan het denken gezet. Daar ben ik ook dankbaar voor. Want ik was op de trein van Kerk2025 gestapt zonder na te denken of ik die richting wel op wilde. Die vraag heb ik me gesteld en ook beantwoord gekregen. Het antwoord is dat Kerk2025 geen andere richting opgaat dan de Protestantse Kerk in Nederland al gaat en is gegaan. Kerk2025 is geen wissel. Kerk2025 heeft opgemerkt dat het landschap anders is geworden en dat het daarom beter is om anders te werk te gaan. Kerk2025 is dus niet een reorganisatievoorstel, zoals in Kerk2018 wordt gesuggereerd. Het landschap is ruw geworden en er zal lichtvoetiger verder gegaan moeten worden.

 

Dit betekent dat de presbyteriale structuur blijft bestaan. Er komt geen top-downstructuur. Op de synode wordt beleid gemaakt, maar daar is zij ook voor. De verantwoordelijkheden blijven verdeeld: over sommige zaken besluit de plaatselijke kerkenraad en over andere zaken de classis of synode. Daarbij blijft de classicale vergadering een ambtelijke vergadering. Ook als zij van 74 teruggaat naar 11 en niet iedere gemeente meer een afvaardiging heeft. De situatie in grote delen van ons land laat zien, dat het zo niet kan blijven. Niet meer dan 5 afgevaardigden op een classicale vergadering is niet vol te houden. Samenvoegen is noodzakelijk. Maar dan ook in één keer en met een classispredikant.

 

Waarom Kerk2025?

Bij de vorming van de huidige protestantse classes is de classes al groter geworden in aantal gemeenten in het classisgebied. Hervormd en Gereformeerd kwamen samen. Voor het Breed Moderamen (BM) van de classis betekent dit meer werk. Wanneer twee of drie classes die niet goed functioneren samengevoegd worden, dan komt er veel te veel op het bord van het BM te liggen. Er wordt vaak genoemd dat de classispredikant een te zware last krijgt, maar laten we het huidige BM niet vergeten. Om classes in de toekomst te laten functioneren, zal er samengevoegd moeten worden en om dit classiswerk behapbaar te laten zijn, is het aanstellen van een classispredikant niet meer dan noodzakelijk.

 

Logisch is het dat er verder gekeken wordt naar de taakomschrijving van deze functionaris. Alleen optreden als er zorgen zijn is gelijk aan interesse tonen in een echtpaar wanneer er huwelijksproblemen zijn en er echtscheiding dreigt. Wat kan het voor een gemeente zegenrijk zijn, wanneer er vroegtijdig betrokkenheid is en begeleiding. Dat er iemand is die de tijd heeft om predikant en kerkenraad te adviseren en een weg te wijzen. Dat grootschalige problemen voorkomen worden. Dit alles met als doel om de plaatselijke gemeente voluit kerk te laten zijn waar Gods zegen merkbaar is.

Dit beeld van de classispredikant is geheel anders dan het beeld dat geschetst wordt in het Manifest. De classispredikant zou vergaande maatregelen kunnen nemen. Zelfs losmakingen, fusies en kerksluitingen door kunnen zetten en zich verregaand kunnen bemoeien met de loopbaan van voorgangers. Dit is geheel onjuist. Beter is het om te stellen dat de classispredikant kan wat het huidige BM van de classis nu kan. En dan dus met voorlopige maatregelen. In de functieomschrijving is toegevoegd: in overleg met het moderamen van de classicale vergadering. De classispredikant is dus niet een dominant bisschoppelijk figuur, maar een pastor die handelt in overleg.

 

Back to basics

Wat mij opvalt aan de gevoerde discussie is dat er weinig gekeken wordt naar het grondvlak, terwijl Kerk2025 daar betrekking op heeft. Menig predikant is een einzelgänger. Veel collegiaal contact is er niet. De werkgemeenschappen hebben wel dit doel. In Kerk2025 komen hier de ringen bij. Niet alleen predikanten uit de regio die elkaar ontmoeten, maar ook gemeenten. We kunnen hier denken aan moderamina, maar ook aan diakenen of kerkrentmeesters. Maar ook lezingen voor ‘gewone’ gemeenteleden uit verschillende gemeenten. Elkaar ontmoeten, bevragen, opbouwen. Wat een zegen kan hiervan uitgaan. Deze ringen zijn dus niet alleen voor predikanten, zoals het Manifest oppert. Het is wel de opdracht van predikanten om werk te maken van de werkgemeenschappen en de ringen. Laat gemeente-zijn plaatsvinden waar de kerk zichtbaar kerk kan zijn. Onder de mensen en in de samenleving. Soms heel groot. Een andere keer heel klein. Zoals bij een huisgemeente, wanneer andere vormen van kerk zijn niet meer kunnen door gebrek aan mensen.

 

Door gebrek aan mensen.

Secularisatie. Vergrijzing. Ontgroening. Het zijn oorzaken. Het is de situatie waarin we kerk zijn. In 2040 zijn er mogelijk nog maar 800.000 PKN-leden. Het betekent anders kerk-zijn en tegelijk op dezelfde wijze. Want de kerk is en blijft van Christus. Hij is de gekruisigde en opgestane Heere. Zijn Evangelie mogen wij verkondigen. Dit is de basic van de kerk. Door dit Evangelie zijn wij geraakt en met dit Evangelie mogen wij de samenleving in beroering brengen. Ons gebed voor de kerk is daarbij onmisbaar.

In tegenstelling tot veel andere mensen heeft Jebroer het wel begrepen. De meeste Nederlanders leven hun leven en doen dit met ups en downs. Soms zit het mee en soms zit het tegen. Maar hoe het er ook voorstaat, we gaan door. Hopend op betere tijden. Tenminste, wanneer op hoge ouderdom het idee ontstaat dat het leven voltooid is, dan moet er de mogelijkheid zijn om het leven te beëindigen. Maar tot die tijd gaan we door. Knokken we zelfs om in leven te blijven, wanneer kanker ons lichaam kapot dreigt te maken.

Deze manier van in het leven staan is feitelijke bijzonder. De meeste mensen in Nederland geloven dat dood dood is. Wanneer dood dood is, dan doet niet ter zake hoe oud je bent geworden, of je wat bereikt hebt, of je beweend zult worden en herinnerd. Wat maakt het allemaal uit wanneer het met de dood toch is afgelopen. Wat maakt het voor een dode uit of er veel of weinig mensen op de uitvaart zijn. Daar weet en merkt een dode toch niets van als hij dood is.

Dan heeft Jebroer het goed begrepen. Feesten, alsof elke dag hier mijn laatste is. Feesten. Alles uit het leven halen wat er in zit. Lol. Plezier. Drank. Drugs. Hou je niet in. Zorg ervoor dat je op je laatste levensdag niet een mogelijkheid tot feesten hebt laten liggen. Sterf je jong, wat maakt het uit. Dood is dood. Daar weet je dan toch niets van.
Het levensmotto sluit aan bij Cicero. Deze filosoof heeft eens geschreven: “Heb geen angst voor de dood, want zolang wij er zijn is de dood er niet en als de dood er is zijn wij er niet meer”.
Het is trouwens ook te herkennen bij streng reformatorische jongeren. Zij die steeds bepaald worden bij de uitverkiezing kunnen komen tot een volgende reactie: Haal alles uit het leven wat er in zit. Ben je uitverkoren, dan grijpt God je wel in het nekvel en zo niet dan heb je in ieder geval nog genoten.

Jebroer heeft het begrepen. Zijn dood hoeft ook niet beweend te worden. Dat zou jammer zijn. Bouw een feest en leef alsof het je laatste dag is. Geen bloemen en geen toespraken. Drank en drugs. Neem het er van.

Maar als dood dood is, dan is dit aardse leven het enige. Dan is er niets tussen hemel en aarde. Maar waarom daar dan toch verwijzingen naar? Waarom jezelf een kind van de duivel noemen. Waarom jezelf  een naam geven die een verbinding legt met Jezus? Heeft Jebroer het goed begrepen en weet hij dat er meer is tussen hemel en aarde? Weet hij ten diepste dat dood niet dood is? Het lijkt er op.

Naast de gelijkenis met de naam van Jezus zijn er andere overeenkomsten te noemen. Al moet ik sommige tegenovergestelde overeenkomsten noemen.
Zo noemt hij zich kind van de duivel, terwijl Jezus de Zoon van God is. Hij schrijft dat zijn moeder niet over hem moet huilen. Jezus heeft op weg naar zijn kruising voor de zonde van de wereld gezegd: Dochters van Jeruzalem, huil niet over Mij, maar huil over uzelf en over uw kinderen. Ook over Jezus hoeft niet gehuild te worden, maar wat een verschil. Op de kist van Jebroer mag drank en drugs gegooid worden. Het dient nergens meer toe. Wat een verschil met het gestorven lichaam van Jezus. Dat heeft geen ontbinding gezien. Op de derde dag na zijn sterven aan het kruis stond hij op uit de dood.

Heeft Jebroer het begrepen. Misschien wel, maar hij heeft het niet aangenomen. Het lijkt alsof de eeuwige dood hem meer trekt dan het eeuwige leven. De lol in dit tijdelijke aardse leven trekt hem meer, dan de eeuwige vreugde in Gods Koninkrijk op de nieuwe aarde. Maar dit is nog niet het meest verdrietige. Het pijnlijkste is dat hij zoveel jongeren meeneemt in zijn idee, dat alles draait om feesten en drank en drugs. Vele anderen neemt hij mee in zijn ondergang. Jou ook of mag Jezus jou redden voor de eeuwigheid? Hij zoekt jou op en wil niet dat jij verloren gaat. Beter vouw jij je handen en vraag je in gebed aan Jezus of Hij jou wil helpen en redden.

 

Jebroeder heeft een parodie gemaakt op het lied getiteld: Volgeling van Jezus.

 

Voor het pastoraat zijn WhatsApp en Instagram zeer geschikt

Sociale media helpen je als pastor om in contact te komen met jongeren. En ook met elkaar doorpraten gaat heel goed via WhatsApp.

Als zuurdesem hebben de sociale media een weg gevonden in de maatschappij. Nagenoeg alles is ervan doordrongen. Een wereld zonder WhatsApp, Instagram, Snapchat, Facebook en Twitter is niet meer voor te stellen.

Wanneer ik wereld zeg, bedoel ik dit ook. Over heel het rond van de aarde wordt gebruikgemaakt van sociale media.

Wat ook over heel de wereld is aan te treffen, is de kerk. De vraag is wat de wereldwijde kerk met de sociale media doet. In veel gevallen is dat niets en dat is een gemiste kans.

Onder andere voor het pastoraat zijn de sociale media een probaat middel. Dit lijkt tegenstrijdig. Pastoraat kennen we als een face-to-facegesprek en de sociale media zijn het tegenovergestelde hiervan. Maar wanneer we dit denken, dan vergissen we ons.

Neem Facebook. Vooral dertigplussers komen we op dit medium tegen. Ze delen met foto’s allerlei zaken uit hun leven. Dat is ook kenmerkend voor een huisbezoek.

Op Facebook kan op het geplaatste bericht gereageerd worden, ook via een persoonlijk bericht, dat niet door anderen gelezen kan worden. Zo kan zich een gesprek ontspinnen, maar ook een afspraak gemaakt worden.

Het bericht kan ook dienen als bron van informatie voorafgaande aan een huisbezoek.

Als het om jongvolwassenen gaat, is WhatsApp een goed middel. Op Facebook zitten ze niet en e-mail lezen ze bijna niet, maar via WhatsApp is het eenvoudig om met hen te communiceren. Even iets doorspreken. Even vragen hoe het gaat. Een afspraak maken. Ideaal om pastoraat vorm te geven. Maar ook om hele gesprekken te voeren. Dit betekent niet dat een lijfelijke ontmoeting niet meer plaatsvindt. WhatsApp komt niet in plaats daarvan. Precies zoals gedrukte preken niet in plaats komen van de kerkdienst.

Instagram

Instagram lijkt voor het pastoraat op het eerste gezicht minder geschikt. Evenals Facebook heeft het – naast liken – ook de functie om te reageren, maar dit kan niet, zoals bij Messenger van Facebook, via een persoonlijk bericht. Maar het volgen van vooral jongeren op Instagram geeft wel de mogelijkheid betrokken te zijn bij hun leven. Die informatie kan bijdragen aan de invulling van de catechese en de prediking. Maar ook van het pastoraat, door tijdens een ontmoeting aan te haken bij een foto of filmpje dat gepost is.

De sociale media zijn zo een uitstekend middel om te gebruiken in het pastorale werk in de gemeente. Maar pas tegelijk op voor de zuurdesem van de sociale media, wanneer dit het instrumentele overstijgt.

De sociale media zijn niet het verlossende middel, maar ze kunnen zeker bijdragen. Een gesprek kan de diepte in gaan en hoeft niet aan de oppervlakte te blijven.

Maar wanneer een ontmoeting mogelijk is, dan zal de vraag om een afspraak te maken en door te praten, als eerste geappt moeten worden.

Opiniestuk is geplaatst in het Nederlands Dagblad op 8 april

Interview hierover op Groot Nieuws Radio op 10 april

Vanmorgen is heel het hotel om 07:15 uur gewekt door het brandalarm. Verrassend om te merken dat er niet gereageerd wordt zoals zou moeten. Vragend staan op de gang. Rustig aankleden. Niet snel het hotel uitrennen. Het zet tot nadenken.
Na het ontbijt was het koffer pakken en op reis naar Nordhausen en Giessenburg.

 

 

In Nordhausen zijn we begonnen op de Lutherplatz. Luther is hier in 1516 geweest als districtvicaris en in 1525 om te spreken met Thomas Müntzer en andere opstandelingen van de Boerenoorlog.

 

 

 

 

 

Naast andere zaken is de Blassii-kirche bekeken. Luther heeft hier gepreekt en er hangt een schitterend schilderij waar Luther op staat.

 

 

Aansluitend rijden we naar Babberich. Om 18:00 begonnen wij met het diner in ’t Centrum Reijmer.

’s Avonds reden we iets voor negen weer Giessenburg binnen. Het einde van een mooie reis