Vandaag stond de stad Erfurt op het programma. Bekend van de Dom. Maarten Luther kwam hier te studeren in 1501. Na een vooropleiding begon hij in mei 1505 aan de studierechten. Kortstondig, want een heftig onweer bij Stotternheim op 2 juli 1505 zorgde ervoor dat zijn besluit definitief was. Hij zou monnik worden. Hij trad twee weken later in in het Augustijner klooster in Erfurt. In 1507 werd hij tot priester gewijd. Hij verbleef in het klooster tot 1511. Toen kreeg hij een aanstelling om aan de universiteit van Wittenberg te doceren.

Wij begonnen de dag met een rondleiding door de stad aan de hand van een gids. Een grote bijzonderheid in Erfurt is de Krämerbrucke. Een brug over de rivier de Gera die bebouwd en bewoond is. Maar ook verder kent Erfurt vele mooie panden uit een ver verleden. Al is niet alles bewaard. Door bombardementen in 1944 zijn de oude universtiteit, waar Luther studeerde en de Barfusserkirche, waar Luther predikte, verdwenen.

 

Na de rondleiding was een ieder vrij om te lunchen en rond te wandelen. Maar om 13:30 uur verzamelen bij het Rathaus. Vandaar wandelden we naar het Augustinerklooster, waar we een rondleiding kregen in het gebouw waar Luther als monnik vertoefde en streed met de vraag hoe vind ik een genadig God. Telkens was zijn ervaring dat hij niet  rechtvaardig voor God kon worden. De rondleiding gaf zo een goed beeld van het kloosterleven en van Luthers’ worsteling.

 

Na de rondleiding was iedereen vrij tot 16:00 uur. Het was verzamelen bij de bus voor een rit naar Stotternheim. Daar staat een steen als herinnering aan het onweer en waardoor Luther het klooster inging. Na een fotoreportage in een veld met koolzaad. Was het tijd om naar het hotel te gaan. Om 18:30 uur diner.

 

Na de avondsluiting over Psalm 146 en het christelijke leven hebben we gezongen en de dag van morgen doorgesproken.

 

Tot slot van de dag een bezoek aan het centrum van Bad Langensalza voor een ijsje.

Terwijl de deelnemers om 07:00 uur verwacht werden bij de Rank, waren de meesten er al voor zevenen. In de Rank zijn we begonnen met het gedicht Op reis van Nel Hoogendorp en hebben we in gebed een zegen gevraagd over de reis en voor de thuisblijvers.

De reis bracht ons via Mansfeld naar Halle. Maar allereerst waren er twee tussenstops. De eerste vlak bij de Duitse grens in Babberich met koffie en cake. De tweede bij een wegrestaurant tussen Dortmund en Kassel. Hier werd de lunch gebruikt.

 

Om iets voor half vier arriveerden we in Mansfeld. Hier woonde de jonge Luther van 1484-1497. In 1490 ging hij hier naar de Latijnse school. Deze school staat vlak bij de kerk. Hier hangt normaliter een schilderij uit 1540 waarop hij helemaal afgebeeld staat. Dit is de enige schilderij waar hij zo op staat. Andere schilderijen zijn borstbeelden. Alleen de kerk wordt gerestaureerd en het schilderij hing er helaas niet.

In Mansfeld herinnert naast de school en de kerk ook het ouderlijk huis aan het verblijf van Luther. Daarnaast is er een fontein waarop hij drie keer afgebeeld is. Op de voorkant als jongen van 14 die Mansfeld verlaat om in Eisenach naar school te gaan. Op de zijkanten afbeeldingen van het aanslaan van de 95 stellingen op de deur van de Slotkerk en zijn verdediging op de Rijksdag in Worms uit 1521. De fontein is uit 1913.

Na het bezoek aan de kerk, de fontein en het huis reisden we verder naar ons hotel in Halle. Daar wachtte ons een diner, een avondsluiting en voor de meesten onder ons een kort avondbezoek aan het oude stadscentrum van Halle. Het vervoer was met de tram en dit gaf behoorlijk wat hilariteit.

Hopelijk bezorgt deze dag iedereen een goede nachtrust.

 

Om half negen stonden de eerste koffers in de bus. Na twee nachten verbleven te hebben in Halle verlaten we dit hotel. Onderweg naar het hotel in Bad Langensalza doen we Eisleben en Eisenach aan.

Goed om tijd kwamen we in Eisleben aan. De plaats waar Maarten Luther geboren is op 10 november 1483 en gedoopt is op 11 november in de St. Petri en Paulikerk. Luther heeft hier slechts een jaar gewoond.

Op de Marktplatz

staat een groot beeld van Luther. Hier hebben we een groepsfoto gemaakt.

Door ziekte heeft Luther in Eisleben zijn laatste preken gehouden. Op 18 februari 1546 stierf hij in zijn geboorteplaats. Het sterfhuis wilden we als eerste bezoeken. Maar vanwege te verwachtte groepen was het ons niet toegestaan. Enigszins teleurgesteld zijn we de tegenover het huis gelegen Andreaskirche in gegaan.

In deze kerk hield Luther op 14 februari 1546 zijn laatste preek, die hij inkortte, omdat hij niet meer kan. De preekstoel is nog de officiële preekstoel van toen.

Op 19 februari is het lichaam van Luther in de kerk opgebaard en is er een rouwdienst gehouden voordat het gestorven lichaam via Halle naar Wittenberg werd gebracht.

Om elf uur werden wij verwacht in de Petri en Paulikirche. Voorafgaand is gevraagd of we wel het geboortehuis in mochten. Die toezegging kwam er. Om half twaalf konden we daar naar binnen. Het werd een bezoek van 40 minuten en om 12:15 reden we naar Eisenach. Naar de Wartburg.

Onderweg hebben we geluncht. Deze keer met twee broodjes met ham of kaas die door de chauffeur Johan Bok gereed gemaakt waren terwijl wij door Eisleben gingen. Het was een heerlijke lunch.

De Wartburg staat helemaal in het teken van 500 jaar reformatie. Er was naast de normale rondgang een bijzondere tentoonstelling over Luther. Vele originele boeken en schilderijen waren tentoongesteld. We zijn de burcht doorgegaan met me hulp van een audioguide. maar eerst moesten we omhoog. Lopen of met een busje.

Indrukwekkend is voor al de Elizabeth zaal. Maar vanzelfsprekend had de kamer van Luther ook onze maximale aandacht. Al met al was iedereen zeer content met het bezoek aan de Wartburg.

Door een omleiding kwamen we later aan in het Alpha Hotel in Bad Langensalza. Het diner was om 19:45 uur. Daarna de avondsluiting aan de hand van Johannes 7:35-44 en een tafelgesprek van Luther. We zongen psalm 42:1,3,5.

Het was misschien bedtijd, maar velen gingen eerst een ijsje halen in het stadje. En dan na bed of toch eerst de blog schrijven.

Kritiek op de toekomstplannen voor de Protestantse Kerk kan natuurlijk. Maar kom dan niet met onwaarheden en spookbeelden.

Een aantal predikanten en ouderlingen heeft een manifest ondertekend tegen de structuurwijziging van de Protestantse Kerk (ND 25 maart). Evenals de algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, Piet Vergunst, zie ik dit als een hartenkreet. In dit licht wil ik het manifest serieus nemen. Op een andere manier is het manifest niet serieus te nemen, ondanks alle namen die eronder staan. Het staat namelijk vol onwaarheden en is zeer tendentieus geschreven.

classispredikant

Dit begint al direct aan het begin, waar de zorg wordt uitgesproken dat de kerk verandert van een presbyteriale orde (van onderop) naar een episcopale (van bovenaf). Dat gebeurt juist niet. Het doel van de toekomstnota Kerk2025 is: terug naar de basis. Minder regelen van bovenaf. Kerk-zijn moet gebeuren in de plaatselijke gemeente en tussen plaatselijke gemeenten. Elkaar ontmoeten, spreken en bijstaan. Er komt geen top-downstructuur, zoals geopperd. Wat er wel komt, is een classispredikant, die gemeenten aanspoort elkaar te ontmoeten, die op huisbezoek gaat bij gemeenten en predikanten en die, wanneer dit nodig is, alvast bepaalde maatregelen kan nemen. De classispredikant zal doen wat het breed moderamen van de classis nu doet. Het kan alleen iets gerichter en sneller. Dat is een wens van veel gemeenten waar problemen zijn.

niet uit de lucht

De maatregelen die de classispredikant kan nemen, zijn lang niet zo verstrekkend als in het manifest wordt gesuggereerd. Ook kunnen de besluiten niet pas achteraf teruggedraaid worden. Het zijn voorlopige maatregelen die de classispredikant neemt. De toekomstige classis (of regionale vergadering) zal die voorlopige maatregelen definitief moeten maken. En natuurlijk komen ook de voorlopige maatregelen van de classispredikant niet uit de lucht vallen. De situatie binnen de desbetreffende gemeente zal al veel eerder besproken zijn binnen de classis en met andere kerkelijke colleges. De manier waarop in het manifest gesproken wordt over de classispredikant, is dan ook zeer onjuist en overdreven. Om niet te zeggen populistisch.

De classispredikant zal niet verbaal zijn punt doordrukken, daalt niet als een eenzaam figuur uit de hoogte neer en heeft geen eigen gebied. De classispredikant geeft leiding aan een classis en ontmoet en begeleidt, om de plaatselijke kerken ten dienste te zijn. Geen heerser dus, maar een dienaar. Tot slot stelt het manifest de huidige werkgemeenschappen, waar predikanten uit een bepaald gebied elkaar ontmoeten, gelijk aan ringen die in een gebied gevormd zouden moeten worden. De werkgemeenschappen van predikanten blijven bestaan. Daar kunnen predikanten elkaar ontmoeten en ik raad hun dit aan. De ringen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat gemeenten elkaar ontmoeten. Dit kan tussen (afgevaardigden van) kerkenraden of de dagelijkse besturen daarvan, maar ook tussen kerkrentmeesters, diakenen of ouderlingen. Dit kunnen zeer wezenlijke ontmoetingen zijn, wanneer dit serieus opgepakt wordt. De plaatselijke gemeenten zijn hierbij aan zet.

onrust en onzekerheid

Wat blijft staan is de cri de coeur. Gebaseerd op onrust en onzekerheid en gebrek aan kennis van Kerk2025. Hier ligt een taak voor de landelijke kerk om duidelijk te informeren, dat de kerk presbyteriaal blijft en dat aan de basis inzet van de plaatselijke gemeenten wordt gevraagd, om elkaar te ontmoeten, te spreken en bij te staan.

————————————————————————————————————————————————————————

Opiniestuk heeft gestaan in het Nederlands Dagblad van 28 maart 2017. Een soortgelijk stuk stond dezelfde dag ook in het Reformatorisch Dagblad. Zie hieronder

Lees ook andere stukken over Kerk2025 op deze site. Uitleg over Kerk2025 en doelstelling Wel het hele pakket Kerk2025

————————————————————————————————————————————————————————-

Het manifest tegen ”Kerk 2025” is moeilijk serieus te nemen, vindt ds. J. Holtslag. Het staat vol onwaarheden en is zeer tendentieus geschreven.

Een groep predikanten en ouderlingen heeft vorige week een manifest verzonden naar alle classes in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De ambtsdragers spreken daarin hun zorg uit over het reorganisatieplan ”Kerk 2025” (RD 25-3).

2017-03-23-KRK2-kapel_dienstencentrum-4-FC-V_web_webLees ook Ambtsdragers uiten zorgen over ”Kerk 2025” in manifest

Evenals de algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, P. J. Vergunst, zie ik dit manifest als een hartenkreet. In dit licht neem ik het ook serieus.

Op een andere manier is het manifest niet serieus te nemen, ondanks alle namen die eronder staan. Het manifest staat namelijk vol onwaarheden en is zeer tendentieus geschreven. Dit begint al direct in de kop, waar de zorg wordt uitgesproken dat de kerk verandert van een presbyterale orde naar een episcopale. Juist niet. Het is terug naar de basis. In de plaatselijke gemeente moet het gebeuren en tussen plaatselijke gemeenten. Elkaar ontmoeten, spreken en bijstaan.

Er komt geen top-downstructuur, zoals geopperd. Wat er wel komt, is een classispredikant die gemeenten aanspoort elkaar te ontmoeten, die op huisbezoek gaat en die, wanneer dit nodig is, alvast bepaalde maatregelen kan nemen. De classispredikant zal doen wat het breed moderamen van de classis nu doet. Het kan alleen iets gerichter en sneller. Een wens van veel gemeenten waar problemen zijn.

De maatregelen die genomen kunnen worden, zijn lang niet zo verstrekkend als in het manifest wordt gesuggereerd. Ook kunnen de besluiten niet pas achteraf teruggedraaid worden. De toekomstige classis kan de besluiten definitief maken. Maar zal de classispredikant voordat er besluiten genomen worden niet overleggen met bijvoorbeeld de visitatie? Ook zal de situatie in de betreffende gemeente al veel eerder besproken zijn binnen de classis.

Geen heerser, maar dienaar

De manier waarop er in het manifest gesproken wordt over de classispredikant is dan ook zeer onjuist en overdreven. Om niet te zeggen populistisch. De classispredikant zal niet verbaal zijn punt doordrukken, daalt niet als een eenzame figuur uit de hoogte neer en heeft geen eigen ressort.

De classispredikant geeft leiding aan een classis en ontmoet en begeleidt om de plaatselijke kerk ten dienste te zijn. Geen heerser dus, maar een dienaar.

Tot slot zijn de ringen niet gelijk aan de huidige werkgemeenschappen. De werkgemeenschappen van predikanten blijven bestaan. Daar kunnen predikanten elkaar ontmoeten en ik raad hen dit aan. De ringen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat gemeenten elkaar ontmoeten.

Dit kan tussen (afgevaardigden van) kerkenraden of moderamina, maar ook tussen kerkrentmeesters, diakenen of ouderlingen. Dit kunnen zeer wezenlijke ontmoetingen zijn, wanneer dit serieus opgepakt wordt. De plaatselijke gemeenten zijn hierbij aan zet.

Wat blijft staan is de cri de coeur. Gebaseerd op onrust en onzekerheid en gebrek aan kennis van ”Kerk 2025”. Hier ligt een taak voor de landelijke kerk om duidelijk te informeren dat de kerk presbyteriaal blijft en dat op de basis inzet van de plaatselijke gemeente wordt gevraagd om elkaar te ontmoeten, te spreken en bij te staan.

De auteur is predikant van de hervormde gemeente Giessen-Nieuwkerk en preses van de classis Gorinchem. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.

 

In aanloop naar de Tweede Kamer verkiezingen van 15 maart 2017 pogen politici stemmen te winnen. Dat is hun goed recht. Ook de ‘christelijke’ stem telt mee.

 

De ‘christelijke’ stem.

Is dat de stem die psalmen zingt? Of brengt deze stem opwekkingsliederen voort? Wordt Willem Barnard door de ‘christelijke’ stem gezongen? Zingt de ‘christelijke’ stem ook Taizé-liederen?

 

Wat is de ‘christelijke’ stem?

Politici vullen het elk op een eigenwijze in en pogen met allerlei beloftes de ‘christelijke’ stem voor zich te winnen.

Nederland zou Nederland niet zijn wanneer dit niet allerlei reacties oproept. Was het vroeger nog beperkt tot de kerk. We kunnen namelijk het gezegde: ‘Eén Nederlander is een geloof , twee Nederlanders is een kerk, en drie Nederlanders is een kerkscheuring.’ Tegenwoordig scheurt alles (vooral politieke partijen) en heeft iedereen (recht op) zijn eigen reactie. In de verscheidenheid is dit dus een gezamenlijk kenmerk van alle Nederlanders. Wat dit betreft bestaat DE Nederlander.

Maar hier hadden we het niet over.

We hadden het over politici die de ‘christelijke’ stemmen willen winnen, daarbij ‘christelijk’ naar eigen inzicht invullen en vervolgens hier weer reacties op krijgen. Bijvoorbeeld van theologen en ander ‘christelijk’ volk. Manifesten worden geschreven. Petities ondertekent. Wat kunnen we het druk hebben. Ik word er een beetje moe van.

 

Ik heb eigenlijk maar één vraag.

Is de ‘christelijke cultuur’ altijd ‘christelijk’? Is het dan ‘christelijk’ in de zin van behorend bij het christendom of behorend bij Christus?

Mijn verlangen is dat ‘christelijk’ verwijst naar Jezus Christus. Naar het volgen van Hem die het niet ging om stemmen te winnen, maar het kruis op Zich nam om zielen te winnen voor de eeuwigheid. Daarom is mijn gebed: Christus, maak mij weer van U.

Ik hoop dat politici die zich in willen zetten voor de ‘christelijke’ cultuur dit gebed mee willen bidden. Dan zal het er in de politiek en in de maatschappij heel anders aan toe gaan. Voorop staan dan de kenmerken nederigheid en de minste willen zijn. Dan wordt er niet langer geschreeuwd en de stem niet verheft voor het eigen gelijk. Dan acht de één de ander uitnemender dan zichzelf. Zalig het land, dat door zulke politici geregeerd wordt.
 Misschien kunnen kerken voorgaan om in deze verkiezingstijd deze campagne te voeren?
 
Christus, maak mij weer van U