Wat volgde was een discussie met vele tweeps over Genesis 1 en over schepping en evolutie. Interessant en mogelijk haal ik het nog aan. Duidelijk was in ieder geval dat velen geen enkele moeite hebben om beide naaste elkaar te laten staan. Maar hier wil ik het niet over hebben. Ik wil naar het begin.

In het begin was er een tweet van Groot Nieuws Radio (@1008AM). Het betrof een link naar een interview met Reinier Sonneveld (@R_Sonneveld) over geloven. Naar aanleiding van de 7keer7-tour van het online platform Lazarus, was hij tot de volgende conclusie gekomen. “Er is een weg tussen orthodox en vrijzinnig”. Deze conclusie resulteert onder andere in een cursus over nieuwe manieren om te geloven voor als je niet strikt-orthodox gelooft, maar ook niet vrijzinnig bent.

 

 

In mijn reactie schreef ik: “Waarom zou ik Genesis 1 wel symbolisch lezen en de opstanding niet? Vraag me af of het een begaanbare weg is”. Volstrekt logisch ging de discussie vervolgens over schepping en evolutie. Maar door deze gang is een belangrijk punt blijven liggen. Want wat gebeurt hier?

Er wordt gesproken over nieuwe manieren om te geloven. Dit gaat dus niet over nieuwe manieren om het geloof vorm te geven. Het heeft betrekking op een geheel nieuwe wijze van geloven. Een nieuwe weg die niet vrijzinnig is en ook niet orthodox. Mogelijk is de term neo-orthodox hierop van toepassing, maar daar ben ik toch ook terughoudend in. In ieder geval wil Reinier Sonneveld op de andere manier het geloof door laten werken in het leven.

Ik vraag me af wie aan de basis staat van dit geloof. Is dit de Ene, de waarachtig God is? Hoewel zeker bevestigd zal worden dat het om God gaat, krijg ik sterk het gevoel dat niet de Ene centraal staat, maar dat het om de mens draait. De mens die niet vrijzinnig met het geloof wil omgaan, maar die anno 2017 ook niet orthodox wil wezen en als wereldvreemd wordt neergezet.

 

Een tussenweg lijkt nu gevonden te zijn. Een weg die tussen vrijzinnigheid en orthodoxie doorgaat. Sporen van die weg zien we rondom ons en niet alleen bij de discussie over schepping en evolutie. Velen, niet allen, die zich de afgelopen tijd hebben uitgesproken voor de vrouw in het ambt bewandelen deze weg. Een soortgelijke manier van denken komen we bij talloze andere punten tegen. Het lijkt mooi om een manier van geloven gevonden te hebben die niet vrijzinnig is, maar ook niet, zoals de orthodoxe manier van geloven, buiten de hedendaagse opvattingen staan. Het wekt hiermee de indruk salonfähig te willen zijn.

Ik kan de gedachte niet onderdrukken om dit als mensenwerk te bestempelen. Er wordt aansluiting gezocht bij de tijdgeest, zodat de mens zonder schaamte in 2017 het geloof kan belijden. Maar wie is die mens die dit bedacht heeft? Het is de mens die geneigd is om te zondigen en van wie het verstand zo zonder klaarheid is. In de discussie over schepping en evolutie werd mij gezegd., dat ik met verlichtte ogen naar oude Oosterse teksten keek. Maar verwijt de pot de ketel dat hij zwart ziet? Deze tussenweg roept bij mij René Descartes naar boven. Cogito ergo sum. Het denken van de mens staat centraal. Daar wordt de zekerheid in gevonden en niet in de Bijbel, als Woord van God.

Wanneer ik in het Oude Testament naar Israël kijk, dan waren zij het niet die het geloof bepaalden, maar de God van Israël. Het volk wilde een gouden kalf en een koning, maar God sprak dat er geen beelden van Hem gemaakt mochten worden en ook geen andere beelden om te aanbidden. Het volk wilde steeds zijn als de andere volken, maar dat was juist niet Gods bedoeling voor Zijn uitverkoren volk. Het moest anders zijn. In het Nieuwe Testament kom ik dit ook tegen. Zij die in Christus uitverkoren zijn, hebben niet gelijk te zijn aan de wereld, maar juist anders. Hierbij bepaalt God het anders zijn.

Het doel moet dus niet zijn om het christelijke geloof samen op te kunnen laten lopen met de hedendaagse opvattingen. Dan krijg je iets als: Ik geloof, maar verder vind ik alles hetzelfde als jij. Het is niet de wereld die mijn opvattingen bepaalt, maar de Bijbel. Wat meer nog de God die door Zijn Woord spreekt. Hierom moet ik niet streven om het christelijke geloof compatibel te maken aan 2017. Het staat er eerder haaks op. Mijn doel is om gelijk te worden aan Jezus die de Deur is naar God en naar Zijn Koninkrijk dat niet van deze wereld is. Deze Weg is begaanbaar.

Was het 500 jaar geleden dat de kerk in beroering kwam door de 95 stellingen van Maarten Luther, vandaag is de kerk ook in beroering. Oorzaak is Kerk2025. Een stappenplan dat al een paar jaar oud is, maar nu de gemoederen flink bezighoudt. Een van de redenen is dat de classes zich hebben uit te spreken over deel 1 van de kerkordewijzigingen. Hiermee is het veel dichterbij gekomen dan toen het in november 2014 in de synode geagendeerd was. Al is de inhoud niet geheel anders. Wie de synodevergaderingen gevolgd heeft, had al eerder over kerk2025 kunnen weten en daarop kunnen reageren. In de laatste dagen voordat de consideraties ingestuurd moesten worden is dit gedaan via Kerk2018 van ds. Herman van Ginkel en via het Manifest tegen structuurwijziging PKN.

 

Kerk2018 heeft mij aan het denken gezet. Daar ben ik ook dankbaar voor. Want ik was op de trein van Kerk2025 gestapt zonder na te denken of ik die richting wel op wilde. Die vraag heb ik me gesteld en ook beantwoord gekregen. Het antwoord is dat Kerk2025 geen andere richting opgaat dan de Protestantse Kerk in Nederland al gaat en is gegaan. Kerk2025 is geen wissel. Kerk2025 heeft opgemerkt dat het landschap anders is geworden en dat het daarom beter is om anders te werk te gaan. Kerk2025 is dus niet een reorganisatievoorstel, zoals in Kerk2018 wordt gesuggereerd. Het landschap is ruw geworden en er zal lichtvoetiger verder gegaan moeten worden.

 

Dit betekent dat de presbyteriale structuur blijft bestaan. Er komt geen top-downstructuur. Op de synode wordt beleid gemaakt, maar daar is zij ook voor. De verantwoordelijkheden blijven verdeeld: over sommige zaken besluit de plaatselijke kerkenraad en over andere zaken de classis of synode. Daarbij blijft de classicale vergadering een ambtelijke vergadering. Ook als zij van 74 teruggaat naar 11 en niet iedere gemeente meer een afvaardiging heeft. De situatie in grote delen van ons land laat zien, dat het zo niet kan blijven. Niet meer dan 5 afgevaardigden op een classicale vergadering is niet vol te houden. Samenvoegen is noodzakelijk. Maar dan ook in één keer en met een classispredikant.

 

Waarom Kerk2025?

Bij de vorming van de huidige protestantse classes is de classes al groter geworden in aantal gemeenten in het classisgebied. Hervormd en Gereformeerd kwamen samen. Voor het Breed Moderamen (BM) van de classis betekent dit meer werk. Wanneer twee of drie classes die niet goed functioneren samengevoegd worden, dan komt er veel te veel op het bord van het BM te liggen. Er wordt vaak genoemd dat de classispredikant een te zware last krijgt, maar laten we het huidige BM niet vergeten. Om classes in de toekomst te laten functioneren, zal er samengevoegd moeten worden en om dit classiswerk behapbaar te laten zijn, is het aanstellen van een classispredikant niet meer dan noodzakelijk.

 

Logisch is het dat er verder gekeken wordt naar de taakomschrijving van deze functionaris. Alleen optreden als er zorgen zijn is gelijk aan interesse tonen in een echtpaar wanneer er huwelijksproblemen zijn en er echtscheiding dreigt. Wat kan het voor een gemeente zegenrijk zijn, wanneer er vroegtijdig betrokkenheid is en begeleiding. Dat er iemand is die de tijd heeft om predikant en kerkenraad te adviseren en een weg te wijzen. Dat grootschalige problemen voorkomen worden. Dit alles met als doel om de plaatselijke gemeente voluit kerk te laten zijn waar Gods zegen merkbaar is.

Dit beeld van de classispredikant is geheel anders dan het beeld dat geschetst wordt in het Manifest. De classispredikant zou vergaande maatregelen kunnen nemen. Zelfs losmakingen, fusies en kerksluitingen door kunnen zetten en zich verregaand kunnen bemoeien met de loopbaan van voorgangers. Dit is geheel onjuist. Beter is het om te stellen dat de classispredikant kan wat het huidige BM van de classis nu kan. En dan dus met voorlopige maatregelen. In de functieomschrijving is toegevoegd: in overleg met het moderamen van de classicale vergadering. De classispredikant is dus niet een dominant bisschoppelijk figuur, maar een pastor die handelt in overleg.

 

Back to basics

Wat mij opvalt aan de gevoerde discussie is dat er weinig gekeken wordt naar het grondvlak, terwijl Kerk2025 daar betrekking op heeft. Menig predikant is een einzelgänger. Veel collegiaal contact is er niet. De werkgemeenschappen hebben wel dit doel. In Kerk2025 komen hier de ringen bij. Niet alleen predikanten uit de regio die elkaar ontmoeten, maar ook gemeenten. We kunnen hier denken aan moderamina, maar ook aan diakenen of kerkrentmeesters. Maar ook lezingen voor ‘gewone’ gemeenteleden uit verschillende gemeenten. Elkaar ontmoeten, bevragen, opbouwen. Wat een zegen kan hiervan uitgaan. Deze ringen zijn dus niet alleen voor predikanten, zoals het Manifest oppert. Het is wel de opdracht van predikanten om werk te maken van de werkgemeenschappen en de ringen. Laat gemeente-zijn plaatsvinden waar de kerk zichtbaar kerk kan zijn. Onder de mensen en in de samenleving. Soms heel groot. Een andere keer heel klein. Zoals bij een huisgemeente, wanneer andere vormen van kerk zijn niet meer kunnen door gebrek aan mensen.

 

Door gebrek aan mensen.

Secularisatie. Vergrijzing. Ontgroening. Het zijn oorzaken. Het is de situatie waarin we kerk zijn. In 2040 zijn er mogelijk nog maar 800.000 PKN-leden. Het betekent anders kerk-zijn en tegelijk op dezelfde wijze. Want de kerk is en blijft van Christus. Hij is de gekruisigde en opgestane Heere. Zijn Evangelie mogen wij verkondigen. Dit is de basic van de kerk. Door dit Evangelie zijn wij geraakt en met dit Evangelie mogen wij de samenleving in beroering brengen. Ons gebed voor de kerk is daarbij onmisbaar.

Voor het pastoraat zijn WhatsApp en Instagram zeer geschikt

Sociale media helpen je als pastor om in contact te komen met jongeren. En ook met elkaar doorpraten gaat heel goed via WhatsApp.

Als zuurdesem hebben de sociale media een weg gevonden in de maatschappij. Nagenoeg alles is ervan doordrongen. Een wereld zonder WhatsApp, Instagram, Snapchat, Facebook en Twitter is niet meer voor te stellen.

Wanneer ik wereld zeg, bedoel ik dit ook. Over heel het rond van de aarde wordt gebruikgemaakt van sociale media.

Wat ook over heel de wereld is aan te treffen, is de kerk. De vraag is wat de wereldwijde kerk met de sociale media doet. In veel gevallen is dat niets en dat is een gemiste kans.

Onder andere voor het pastoraat zijn de sociale media een probaat middel. Dit lijkt tegenstrijdig. Pastoraat kennen we als een face-to-facegesprek en de sociale media zijn het tegenovergestelde hiervan. Maar wanneer we dit denken, dan vergissen we ons.

Neem Facebook. Vooral dertigplussers komen we op dit medium tegen. Ze delen met foto’s allerlei zaken uit hun leven. Dat is ook kenmerkend voor een huisbezoek.

Op Facebook kan op het geplaatste bericht gereageerd worden, ook via een persoonlijk bericht, dat niet door anderen gelezen kan worden. Zo kan zich een gesprek ontspinnen, maar ook een afspraak gemaakt worden.

Het bericht kan ook dienen als bron van informatie voorafgaande aan een huisbezoek.

Als het om jongvolwassenen gaat, is WhatsApp een goed middel. Op Facebook zitten ze niet en e-mail lezen ze bijna niet, maar via WhatsApp is het eenvoudig om met hen te communiceren. Even iets doorspreken. Even vragen hoe het gaat. Een afspraak maken. Ideaal om pastoraat vorm te geven. Maar ook om hele gesprekken te voeren. Dit betekent niet dat een lijfelijke ontmoeting niet meer plaatsvindt. WhatsApp komt niet in plaats daarvan. Precies zoals gedrukte preken niet in plaats komen van de kerkdienst.

Instagram

Instagram lijkt voor het pastoraat op het eerste gezicht minder geschikt. Evenals Facebook heeft het – naast liken – ook de functie om te reageren, maar dit kan niet, zoals bij Messenger van Facebook, via een persoonlijk bericht. Maar het volgen van vooral jongeren op Instagram geeft wel de mogelijkheid betrokken te zijn bij hun leven. Die informatie kan bijdragen aan de invulling van de catechese en de prediking. Maar ook van het pastoraat, door tijdens een ontmoeting aan te haken bij een foto of filmpje dat gepost is.

De sociale media zijn zo een uitstekend middel om te gebruiken in het pastorale werk in de gemeente. Maar pas tegelijk op voor de zuurdesem van de sociale media, wanneer dit het instrumentele overstijgt.

De sociale media zijn niet het verlossende middel, maar ze kunnen zeker bijdragen. Een gesprek kan de diepte in gaan en hoeft niet aan de oppervlakte te blijven.

Maar wanneer een ontmoeting mogelijk is, dan zal de vraag om een afspraak te maken en door te praten, als eerste geappt moeten worden.

Opiniestuk is geplaatst in het Nederlands Dagblad op 8 april

Interview hierover op Groot Nieuws Radio op 10 april

Kritiek op de toekomstplannen voor de Protestantse Kerk kan natuurlijk. Maar kom dan niet met onwaarheden en spookbeelden.

Een aantal predikanten en ouderlingen heeft een manifest ondertekend tegen de structuurwijziging van de Protestantse Kerk (ND 25 maart). Evenals de algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, Piet Vergunst, zie ik dit als een hartenkreet. In dit licht wil ik het manifest serieus nemen. Op een andere manier is het manifest niet serieus te nemen, ondanks alle namen die eronder staan. Het staat namelijk vol onwaarheden en is zeer tendentieus geschreven.

classispredikant

Dit begint al direct aan het begin, waar de zorg wordt uitgesproken dat de kerk verandert van een presbyteriale orde (van onderop) naar een episcopale (van bovenaf). Dat gebeurt juist niet. Het doel van de toekomstnota Kerk2025 is: terug naar de basis. Minder regelen van bovenaf. Kerk-zijn moet gebeuren in de plaatselijke gemeente en tussen plaatselijke gemeenten. Elkaar ontmoeten, spreken en bijstaan. Er komt geen top-downstructuur, zoals geopperd. Wat er wel komt, is een classispredikant, die gemeenten aanspoort elkaar te ontmoeten, die op huisbezoek gaat bij gemeenten en predikanten en die, wanneer dit nodig is, alvast bepaalde maatregelen kan nemen. De classispredikant zal doen wat het breed moderamen van de classis nu doet. Het kan alleen iets gerichter en sneller. Dat is een wens van veel gemeenten waar problemen zijn.

niet uit de lucht

De maatregelen die de classispredikant kan nemen, zijn lang niet zo verstrekkend als in het manifest wordt gesuggereerd. Ook kunnen de besluiten niet pas achteraf teruggedraaid worden. Het zijn voorlopige maatregelen die de classispredikant neemt. De toekomstige classis (of regionale vergadering) zal die voorlopige maatregelen definitief moeten maken. En natuurlijk komen ook de voorlopige maatregelen van de classispredikant niet uit de lucht vallen. De situatie binnen de desbetreffende gemeente zal al veel eerder besproken zijn binnen de classis en met andere kerkelijke colleges. De manier waarop in het manifest gesproken wordt over de classispredikant, is dan ook zeer onjuist en overdreven. Om niet te zeggen populistisch.

De classispredikant zal niet verbaal zijn punt doordrukken, daalt niet als een eenzaam figuur uit de hoogte neer en heeft geen eigen gebied. De classispredikant geeft leiding aan een classis en ontmoet en begeleidt, om de plaatselijke kerken ten dienste te zijn. Geen heerser dus, maar een dienaar. Tot slot stelt het manifest de huidige werkgemeenschappen, waar predikanten uit een bepaald gebied elkaar ontmoeten, gelijk aan ringen die in een gebied gevormd zouden moeten worden. De werkgemeenschappen van predikanten blijven bestaan. Daar kunnen predikanten elkaar ontmoeten en ik raad hun dit aan. De ringen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat gemeenten elkaar ontmoeten. Dit kan tussen (afgevaardigden van) kerkenraden of de dagelijkse besturen daarvan, maar ook tussen kerkrentmeesters, diakenen of ouderlingen. Dit kunnen zeer wezenlijke ontmoetingen zijn, wanneer dit serieus opgepakt wordt. De plaatselijke gemeenten zijn hierbij aan zet.

onrust en onzekerheid

Wat blijft staan is de cri de coeur. Gebaseerd op onrust en onzekerheid en gebrek aan kennis van Kerk2025. Hier ligt een taak voor de landelijke kerk om duidelijk te informeren, dat de kerk presbyteriaal blijft en dat aan de basis inzet van de plaatselijke gemeenten wordt gevraagd, om elkaar te ontmoeten, te spreken en bij te staan.

————————————————————————————————————————————————————————

Opiniestuk heeft gestaan in het Nederlands Dagblad van 28 maart 2017. Een soortgelijk stuk stond dezelfde dag ook in het Reformatorisch Dagblad. Zie hieronder

Lees ook andere stukken over Kerk2025 op deze site. Uitleg over Kerk2025 en doelstelling Wel het hele pakket Kerk2025

————————————————————————————————————————————————————————-

Het manifest tegen ”Kerk 2025” is moeilijk serieus te nemen, vindt ds. J. Holtslag. Het staat vol onwaarheden en is zeer tendentieus geschreven.

Een groep predikanten en ouderlingen heeft vorige week een manifest verzonden naar alle classes in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De ambtsdragers spreken daarin hun zorg uit over het reorganisatieplan ”Kerk 2025” (RD 25-3).

2017-03-23-KRK2-kapel_dienstencentrum-4-FC-V_web_webLees ook Ambtsdragers uiten zorgen over ”Kerk 2025” in manifest

Evenals de algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, P. J. Vergunst, zie ik dit manifest als een hartenkreet. In dit licht neem ik het ook serieus.

Op een andere manier is het manifest niet serieus te nemen, ondanks alle namen die eronder staan. Het manifest staat namelijk vol onwaarheden en is zeer tendentieus geschreven. Dit begint al direct in de kop, waar de zorg wordt uitgesproken dat de kerk verandert van een presbyterale orde naar een episcopale. Juist niet. Het is terug naar de basis. In de plaatselijke gemeente moet het gebeuren en tussen plaatselijke gemeenten. Elkaar ontmoeten, spreken en bijstaan.

Er komt geen top-downstructuur, zoals geopperd. Wat er wel komt, is een classispredikant die gemeenten aanspoort elkaar te ontmoeten, die op huisbezoek gaat en die, wanneer dit nodig is, alvast bepaalde maatregelen kan nemen. De classispredikant zal doen wat het breed moderamen van de classis nu doet. Het kan alleen iets gerichter en sneller. Een wens van veel gemeenten waar problemen zijn.

De maatregelen die genomen kunnen worden, zijn lang niet zo verstrekkend als in het manifest wordt gesuggereerd. Ook kunnen de besluiten niet pas achteraf teruggedraaid worden. De toekomstige classis kan de besluiten definitief maken. Maar zal de classispredikant voordat er besluiten genomen worden niet overleggen met bijvoorbeeld de visitatie? Ook zal de situatie in de betreffende gemeente al veel eerder besproken zijn binnen de classis.

Geen heerser, maar dienaar

De manier waarop er in het manifest gesproken wordt over de classispredikant is dan ook zeer onjuist en overdreven. Om niet te zeggen populistisch. De classispredikant zal niet verbaal zijn punt doordrukken, daalt niet als een eenzame figuur uit de hoogte neer en heeft geen eigen ressort.

De classispredikant geeft leiding aan een classis en ontmoet en begeleidt om de plaatselijke kerk ten dienste te zijn. Geen heerser dus, maar een dienaar.

Tot slot zijn de ringen niet gelijk aan de huidige werkgemeenschappen. De werkgemeenschappen van predikanten blijven bestaan. Daar kunnen predikanten elkaar ontmoeten en ik raad hen dit aan. De ringen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat gemeenten elkaar ontmoeten.

Dit kan tussen (afgevaardigden van) kerkenraden of moderamina, maar ook tussen kerkrentmeesters, diakenen of ouderlingen. Dit kunnen zeer wezenlijke ontmoetingen zijn, wanneer dit serieus opgepakt wordt. De plaatselijke gemeenten zijn hierbij aan zet.

Wat blijft staan is de cri de coeur. Gebaseerd op onrust en onzekerheid en gebrek aan kennis van ”Kerk 2025”. Hier ligt een taak voor de landelijke kerk om duidelijk te informeren dat de kerk presbyteriaal blijft en dat op de basis inzet van de plaatselijke gemeente wordt gevraagd om elkaar te ontmoeten, te spreken en bij te staan.

De auteur is predikant van de hervormde gemeente Giessen-Nieuwkerk en preses van de classis Gorinchem. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.

 

Grote pakketten papier bevatten de ordinantiewijzigingen die nodig zijn om Kerk2025 verder uit te rollen. In eerste lezing heeft de synode van de Protestantse Kerk in Nederland de voorstellen al aangenomen. Nu zijn de classes aan het woord om te considereren (overwegen). Daarna is het woord weer aan de synode om in tweede lezing erover te besluiten. Wordt het ongewijzigd aangenomen of vinden er wijzigingen plaats of zijn de overwegingen van de classes zo overtuigend dat het in tweede lezing verworpen wordt. 22 september weten we meer.

 

Tot die tijd is het goed om het rapport ‘Kerk 2025: Waar een Woord is, is een weg’ weer eens ter hand te nemen. Want er is iets

wonderlijks aan de hand. Het rapport dat dr. Arjan Plaisier geschreven heeft, bestaat uit twee gedeelten. Deel II gaat over de inrichting van de kerk. Over waar het naar toe gaat. Zo wordt gesproken over het DNA van de Protestantse Kerk en dat het anders verder moet de organisatie moet op de schop. Dit is waar kerkenraden en classes nu over aan het nadenken zijn. Dit sluit dus volledig aan bij het rapport.

 

Maar het rapport heeft twee delen!

 

Deel I gaat over de kern van het kerk zijn. Waar het op aankomt. Er wordt een pleidooi gevoerd voor Back to the Basics. Dit is sterk gekoppeld aan het voorwoord dat gebaseerd is op Marcus 6:7-9. In de geschiedenis die hier beschreven staat zendt de Heere Jezus de discipelen twee aan twee uit om te prediken en op te roepen tot bekering, om te onderwijzen en om zieken te genezen en onreine geesten uit te drijven. Bij dit alles zegt Hij dat de discipelen niets mee mogen nemen dan een staf en sandalen voor onderweg. Plaisier stelt hierbij de vraag: “Wat is nu nodig?” Hij wil relevant kerk zijn.

In het verdere van het rapport wordt dit verder uitgewerkt en de ordinantiewijzigingen zijn hier weer een verdere uitwerking van. Maar dat is maar de helft. Back to the Basics is niet alleen een (noodzakelijke) reorganisatie. Het is ook teruggaan tot de kern van het Evangelie van Jezus Christus. Iets dat de apostel Paulus krachtig samengevat heeft in 1 Korinthe 2:2.

Want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.

Waarom hoor ik in het verdere van Kerk2025 hier niets meer over? We spreken over de noodzakelijkheid van een kerkelijke reorganisatie, maar niet over de noodzaak van de kerk en de kern van kerk-zijn. Waar gaat het mis in Kerk2025? Hoe kan de kern van het kerk-zijn gespreksonderwerp worden en de de reorganisatie weer de bijzaak? Laten we op de synode en in de classes, de werkgemeenschappen en kerkenraden daarover met elkaar spreken. Straks begint de lijdenstijd en gaan we op weg naar Goede Vrijdag; Jezus Christus en Die gekruisigd. Na Pasen was dit het gespreksonderwerp van de Emmaüsgangers en de Man die bij hen liep. De gekruisigde en opgestane Heere en Heiland.

Wanneer de kerk over Zijn lijden en sterven komt te spreken, dan zal de Opgestane meelopen en het zal de kerk tot zegen zijn.

 

 

Een eerdere blog, die vooral organisatorisch gericht is, is hier te lezen