Al enige tijd geleden zag ik dat ik door een burgemeester van een middelgrote plaats werd gevolgd op Instagram. Ik was verrast want ik kende de beste man niet. Ik ben de burgemeester ook gaan volgen en kwam mooie foto’s tegen van zijn gemeente. Foto’s die ik geliket heb. Wat ik niet zag was dat de burgemeester ook maar één foto van mij heeft geliket. Het is mij niet te doen om een groot aantal likes, maar nu we een aantal maanden verder zijn vind ik het steeds vreemder worden dat hij volgt en geen foto’s liket. iemand volgen. Terug gevolgd worden. Maar nooit een foto liken. Ontvolgen lijkt me een goede optie.

Heel andere ervaringen heb ik met Gert-Jan Kats, burgemeester van Zuidplas, met Michael Sijbom, burgemeester van Losser en met Werner ten Kate, burgemeester van Giessenlanden. Alle drie volg ik op Twitter en zij volgen mij. Bij hen zie ik interactie. Het is bij deze burgemeesters niet alleen maar posten, maar ook reageren op tweets. Dit is ook de bedoeling van de sociale media. Het is geen plaatselijk krantje of een reclamefolder dat je door een brievenbus dropt. Sociale media betekent contact met mensen hebben. Zo nu en dan reageren op een tweet of op een foto door tenminste te liken.Kate Kats

Naast een negatieve ervaring met een burgemeester staan drie goede ervaringen. Beide soorten van ervaringen zijn er ook met parlementariërs, journalisten, predikanten. Het lijstje zal veel langer gemaakt kunnen worden en aangevuld kunnen worden door vele voorbeelden. Dat doe ik hier niet. Ik wil mensen niet negatief neerzetten. Daarom noem ik ook geen naam van de betreffende burgemeester. Ik hoop wel dat hij en vele anderen die alleen maar droppen zicht bewust worden wat sociale media is en dat ze zich realiseren dat het achterwege blijven van een reactie uiteindelijk al de mooie foto’s teniet doet. Want contact is uiteindelijk mooier dan welke foto dan ook.

Kent u deze uitdrukking? ‘Het is mijn kerk niet meer.’ Deze uitdrukking wordt gebruikt door mensen die menen op goede gronden de kerk te verlaten waar ze jaren, en misschien wel heel hun leven, bij hebben gehoord. ‘Het is mijn kerk niet meer.’ Vraagt u naar het waarom, dan betreft het veelal wijzigingen in de eredienst. Men is anders gaan zingen. Meer gezangen of opwekkingsliederen dan psalmen. Of de psalmen worden tegenwoordig ritmisch gezongen. Het kan zijn omdat de kerk anders ingericht is, de ambten anders ingevuld zijn of het Avondmaal niet langer aan tafels gevierd wordt. Allerlei redenen kunnen er aan ten grondslag liggen dat mensen zeggen: “Het is mijn kerk niet meer.” Maar wat zeg je eigenlijk?

De laatste tijd bekijk ik de kerkelijke gemeente meer en meer vanuit het perspectief van het lichaam van Christus. Zo wordt de gemeente in de Bijbel genoemd. Het hoofd van de gemeente is Christus en Hij troont aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader. Zijn volgelingen zijn de leden van het lichaam van Christus op aarde. Wat roept het op wanneer ik in de opmerking ‘Het is mijn kerk niet meer’, het woord kerk wijzig in lichaam van Christus. Dan zeggen we: “Het is mijn lichaam van Christus niet meer”. Hoort u hoe bizar dit klinkt. Alsof een lid van het lichaam van Christus kan zeggen dat het zijn lichaam niet meer is.

Als eerste kan een lid niet in bezittelijke zin over het lichaam spreken. Een lid bezit niet het hele lichaam. Daarnaast vormt een lid samen met andere leden het lichaam. Het lid is slechts een onderdeel van het lichaam. Wie zegt: “Het is mijn lichaam van Christus niet meer”, die spreekt dus feitelijk over de wens om geamputeerd te worden. Maar als een lid los is van het lichaam van Christus, dan houdt het op te bestaan. Het verrot en vergaat. Alle reden dus om heel voorzichtig te zijn met de opmerking ‘Het is mijn kerk niet meer’.

Wanneer we het voorbeeld verder doortrekken naar het lichaam, dan zien we nog duidelijker hoe bizar het is. Want als in een long een tumor gevonden wordt, kan de lever dan zeggen: “Dit is mijn lichaam niet meer”? Vanzelfsprekend niet. Ieder lid van het lichaam hoort erbij en kan zich onmogelijk losmaken van het lichaam om een zelfstandig bestaan op te bouwen.

‘Dit is mijn lichaam niet meer’ wordt wel eens gezegd door een vrouw die een borstamputatie heeft ondergaan. Zij ervaart de pijn van het missen van een lid van haar lichaam. Zal het de Heere Jezus niet net zo vergaan, wanneer een lid van het lichaam van Christus zegt: “Dit is mijn lichaam niet meer”? Maar wanneer Hij naar de kerk kijkt, ziet Hij waarschijnlijk al lang een verminkt lichaam. Allerlei leden die zich losgemaakt hebben met de opmerking: ‘Dit is mijn kerk niet meer’.

Wanneer we het idee hebben dat de kerk waarbij we horen niet meer aansluit bij de manier van kerk zijn die we zelf voor ogen hebben, dan moeten eerst andere vragen beantwoorden voordat we de wens uitspreken om geamputeerd te worden. Het allerbelangrijkste is de vraag of Jezus Christus in de gemeente gediend wordt. Wanneer die vraag positief beantwoord kan worden, zal afgevraagd moeten worden of de veranderingen zo wezenlijk zijn dat amputatie vereist is of betreft het een bijzaak. Wanneer het wezenlijk is, dan is er misschien wel het oordeel dat de plaatselijke kerk ziek is. Maar bij een zieke moet je niet een gezond lichaamsdeel amputeren. Allereerst proberen te genezen en wanneer dat niet mogelijk is het zieke gedeelte wegsnijden en uit het midden wegdoen.

Maar laten we niet te resoluut te werk gaan en al te oordelend en zeker niet slechts gericht zijn op de splinter in het oog van die ander. Wanneer we het idee hebben, dat het mijn kerk niet meer is, dan zal eerst naar onszelf gekeken moeten worden. Het belangrijkste is de vraag of wijzelf verbonden zijn met Christus, het Hoofd. Daar ligt onze prioriteit. Zeker wanneer we spreken over het lichaam van Christus is er de vraag of wij zelf wel een levend lid zijn van het lichaam van Christus.

Wanneer de plaatselijke kerk daadwerkelijk niet meer als gemeente van Christus aangemerkt kan worden, dan zullen we ons als tweede de vraag moeten stellen of wij in de tijd die achter ons ligt de plaatselijke gemeente, als deel van het lichaam van Christus, verzorgd hebben. Want wanneer wij het lichaam van Christus onverzorgd hebben gelaten door het gemeentewerk niet op ons te nemen, dan moeten we het ook onszelf aanreken wanneer de plaatselijke gemeente van Christus is losgeraakt. Dan is er alle reden om met gebed en door de kracht van de Heilige Geest naar vermogen de plaatselijke kerk te dienen, opdat zij opnieuw geënt mag worden op de Wijnstok.

Het huisbezoek is een vast onderdeel van de werkzaamheden van een predikant. Veelal bezoekt de predikant de ouderen van de gemeente, gaat hij op kraambezoek en is hij betrokken bij ziekte, rouw en andere situaties, die we scharen onder het crisispastoraat. Naast de predikant kennen gelukkig vele gemeenten de ouderlingen die op huisbezoek gaan en is er mogelijk ook een pastoraal team.
Het huisbezoek door de ouderlingen kunnen we het reguliere pastoraat noemen. Het doel van het reguliere pastoraat is het geloofsgesprek. Vanuit de situatie van de gesprekspartner de Heere God betrekken bij het alledaagse leven, waarbij ook gesproken wordt over de huisgodsdienst. Het persoonlijk gebed en lezen van de Bijbel. Zo ongeveer één keer in de twee jaar wordt door de ouderling heel de pastorale sectie bezocht. Tenminste, die gemeenteleden waar de ouderling binnen mag komen. De deur staat namelijk niet altijd open. Maar ook als de ouderling wel binnen mag komen, wil dit niet zeggen, dat de deur open staan. Hiermee bedoel ik, dat lang niet altijd het geloofsgesprek gevoerd kan worden. Terwijl bij het ene gemeentelid direct het geestelijk gesprek gevoerd wordt, worden bij een ander alle pogingen hiertoe vakkundig weggewerkt. Dit werkt heel frustrerend. Na de zoveelste poging kan de gedachte opkomen, dat een gedeelte uit de Bijbel lezen en gebed slaat als een tang op een varken. Dan maar achterwege laten? Immers, wanneer het geestelijk gesprek niet gevoerd kan worden, dan zal Gods Woord toch ook geen ingang vinden.
Met deze conclusie ben ik het niet eens. Juist zal er dan uit de Bijbel gelezen moeten worden. Want is het geloof niet uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God? (Romeinen 10:17) Daar waar het geloofsgesprek niet mogelijk lijkt te zijn, gaat mogelijk de Bijbel niet vaak open. Moet dan niet juist die kans aangegrepen worden om Gods Woord wel op dit adres te laten klinken. Zeker. Wat is het dan ook goed om daar in gebed te gaan, zodat ook vanaf die plaats het gebed opstijgt naar de Heere.
Naast deze gedachten kwam er onlangs tijdens een consistorievergadering een ander idee boven drijven. Wat is er op tegen om een huisbezoek te beginnen met gebed. Het is iets, dat ik wel doe bij een huwelijksgesprek en bij een doopgesprek. Wanneer een zwaar pastoraal gesprek gevoerd moet worden, bijvoorbeeld bij een conflict, dan doe ik dit ook. Maar waarom niet altijd. Dit is mede ingegeven door het feit, dat een geestelijk gesprek soms wel opgang komt na het lezen uit de Bijbel of na het gebed.
Verder ook de volgde afweging. Een ouderling, een predikant komt namens Christus op bezoek om een geestelijk gesprek te voeren, is het dan niet goed om direct te vragen of de Heere er bij wil zijn en met Zijn Geest het gesprek wil leiden? Nu weet ik dat velen voorafgaande aan een huisbezoek zelf in gebed gaan om dit aan de Heere te vragen en zich zo ook voor te bereiden op het huisbezoek. Dit is goed en moet niet verdwijnen. Zo blijft ook de afhankelijkheid ervaren worden. Maar wanneer samen met de gesprekspartner dit gebed gebeden wordt, dan is direct de juiste setting daar om verder in gesprek te gaan over het geestelijk leven.
Ik ben benieuwd of dit gebeurt en wat ervaringen hiermee zijn?

Eerlijk moet ik bekennen dat ik niet zo bekend ben met de hiphopscene. Zelfs niet met de christelijke hiphop. Toen ik vandaag via een tweet van Harco Ploegman een tweet van @Lecrae zag, zei mij dit niets. Wel werd ik getriggerd door zijn tweet. Hij schreef: ‘I know you are  deejaying on the other side. See you soon’. Ik vroeg me af wat hij hiermee bedoelde. Welke andere kant bedoelde hij en tegen wie zei hij dit. Ik zocht de tweet op en vond het volgende.dj official

Een verwijzing naar God. Het maakte mij nog nieuwsgieriger. Wie was DJ Official en wat bedoelde hij met de woorden die Lecrae geciteerd heeft. Een zoektocht op Internet leerde mij enige kennis over de christelijke hiphop. Niet direct mijn stijl. Maar deze dj, die nog geen 40 jaar oud is geworden en een vrouw en 2 dochters achterlaat, was een broeder in christus. Duidelijk komt dit naar voren in zijn teksten. Bijvoorbeeld in Enter the Mission en in Missio Dei. Mooi hoe hij zegt dat zijn doel is in Christus (but my aim is Christ) en dat we Christus moeten laten zien door woorden en daden (We gotta show Him off, both lips and deeds). Lecrae verwoordt via een tweet hoe DJ Official is het geloof stond. “We talked everyday for the last 4 years. The squad won’t be the same. I know you’re glad to be with Jesus“.

Met deze woorden  heeft Nelson “DJ Official” Chu velen in de hiphopscene verwezen naar Christus en ik hoop dat velen hierdoor tot geloof in Christus zijn gekomen. Zoals gezegd is hiphop niet direct mijn stijl, maar wie ben ik om te oordelen. Het oordeel is aan Jezus Christus. Waarbij een ieder die zich tot Jezus wendt en in Hem gelooft niet geoordeeld zal worden maar door Hem gered is. Ik moet hierbij denken aan een tekst die voor C.H. Spurgeon belangrijk is geweest en wel Jesaja 45:22 – Wend u tot Mij, word behouden, alle einden der aarde, want Ik ben God en niemand anders. Daarom wil ik in de stijl van Lacrae zeggen: See you on the other side.

Geachte dominee,

Als u het druk hebt, beschouw deze mail dan alstublieft als niet verzonden, want ik wil geen beslag leggen op uw kostbare tijd. Maar als u wel iets tijd over hebt, zou ik u graag het volgende willen vragen.

U hebt afgelopen keer meegedaan met fveh. En zo te zien, u fietst vaker, hebt een goede conditie. Hoe doet u dat als dominee? dit alles even helemaal los van het evenement.

Voor mij is sport en geloof een heel moeilijk vraagstuk. Kunt u misschien wat handvatten aanreiken?

Ik merk dat sport op welke manier dan ook, zo gemakkelijk mijn gedachten in beslag neemt. En dan met name, mijn eigen ik. Want ik wil graag fit zijn, een goede conditie hebben, gezond leven. En er goed uitzien. Misschien niets mis mee. Maar leef ik dan tot Gods eer? want het gaat om mezelf. Dat voel ik wel. Maar als ik onbekeerd leef, leef ik ook al niet tot Zijn eer.

Maar betekent dat dan dat je niets mag doen om je conditie op te bouwen? want hierdoor ga je een stapje verder dan gewoon even een rondje fietsen? Ik begrijp heus wel dat we niet naar de olympische spelen hoeven. Maar ik voel de sport god al veel dichterbij. in mijn eigen hart. Want ik wil het wel graag. Maar weet de grens zo moeilijk.

Hoe gaat u daarmee om? In de Bijbel vind ik daar zo weinig over. Graag hoor ik u reactie.

mvrgr


Graag neem ik de tijd om je vraag te beantwoorden. Jouw vraag zette ook mij weer aan het denken. Het is wel een lang antwoord geworden. Is het te lang, dan kun je je ook beperken tot het laatste stukje over 1 Timotheüs 4:8. Ik ben wel benieuwd of je handvatten hebt gekregen.

Terecht geef je in je mail aan wat het belangrijkste is voor een mens. Bekeerd leven. De Heere God heeft de mens geschapen om tot Zijn eer te leven en Zijn schepping te onderhouden. Alleen de zonde maakt dat een mens tot eigen eer is gaan leven. Daarom moet een mens bekeerd worden.
De bekering van een zondig mens is ten diepste Gods werk. Vooral zichtbaar in het gegeven dat Jezus Christus hiervoor Zijn leven gaf. Hij heeft de straf betaald en de mens vrijgekocht uit de macht van de zonde. Het antwoord van de mens hier behoort bekering te zijn en een leven tot Gods eer.
Het is een stap die de mens niet zomaar maakt. We zijn zo gewoon om tot eigen eer te leven en dat bevalt prima. Het is dan ook de Heilige Geest die moet overtuigen van zonde en die de mens tot inkeer wil brengen. Het is iets dat mag gebeuren onder het Woord. Dit is het allerbelangrijkste dat aan een mens moet geschieden.

Wanneer een mens door het horen van Gods Woord het Evangelie mag aannemen tot geloof mag komen, zal uit dankbaarheid, maar ook omdat de mens hiervoor geschapen is, de Heere gediend behoren te worden. Leven tot Zijn eer en geen andere goden dienen.
Nu geef je aan dat je de god van de sport heel dichtbij voelt. Ik neem aan dat je bedoelt het verlangen om te sporten. Hierbij heb je het idee dat de wens om fit te zijn, een goede conditie te hebben, gezond te leven en er goed uitzien gedachten zijn om het sporten te rechtvaardigen. Leef je dan tot Gods eer.
Wanneer we tot Gods eer willen leven en zo willen bouwen op het fundament dat Christus is, dan behoort God op 1 te staan. Wanneer we het lijstje verder zouden willen invullen, dan staat op gepaste afstand het gezin op 2. Vervolgens het werk op 3 en als 4e de kerk. Hobby’s zouden we er als 5e achteraan kunnen voegen.
Niets mag God van de eerste plaats afstoten, maar werk en kerk en hobby’s mogen ook niet ten koste gaan van het gezin. Precies zoals kerk en hobby’s niet ten koste van het werk mogen gaan.
Wanneer het gaat om hobby’s, dan hebben we het over bezigheden in de vrije tijd. Wanneer het noodzakelijk en nodige gepasseerd zijn. Hierbij wil ik alle soort van hobby’s betrekken. Niet alleen sporten, maar ook het aanleggen van verzamelingen, het lezen van boeken, het luisteren naar muziek, het bijwonen van concerten, gamen en welke hobby’s iemand ook maar mag hebben. Ik wil er dan ook voor waken om de ene hobby hoger in te schalen dan een andere. Waarom zou iemand die iedere week meerdere orgelconcerten bezoekt beter bezig zijn dan iemand die tweemaal per week hardloopt. De keuze van een hobby is in de betreffende mens. Iets dat duidelijk zichtbaar is bij kinderen. Sommige kinderen kunnen uren stilletjes aan het spelen zijn of boeken lezen. Andere kinderen kunnen nog geen minuut stil zitten, maar zijn altijd bezig. Sommige vinden hun bezigheid in knutselen. Maar wie niet handig is zal het elders moeten zoeken. Bijvoorbeeld in de sport. Daar is niets mis mee.
Wezenlijk is dat de hobby niet gaat overheersen. Creatief plannen is niet erg, maar niet op de verjaardag van je kind afwezig zijn, omdat je iedere dinsdagavond altijd gaat sporten en dus die avond ook. Je kunt het niet maken om de tweede dienst te missen omdat je het druk hebt met de studie, terwijl je de week ervoor veel tijd gestoken hebt in de hobby.
Iedere hobby zal zijn plek moeten kennen. Al speelt er bij sport nog wel iets anders mee. Gezond leven. Fit zijn. Een goede conditie. Er goed uitzien. Zelf sport ik om verschillende redenen. Ik heb in het verleden veel gesport en zelfs een jaar op de Academie Lichameliljk Opvoeding gezeten. Ik was niet iemand van stil zitten en boeken lezen of naar muziek luisteren. Dit ben ik nog steeds niets. Iemand die van klassieke muziek houdt en niet van sporten en die zegt dat sporten niet christelijk is, neem ik op dit punt niet serieus. Het is evenzo goed een hobby.
Daarnaast merk ik dat het goed voor me is. Zowel voor me longen, als voor mijn rug, als ook voor mijn hoofd. In het licht dat ik goed voor mijn lichaam moet zorgen en moet zorgen dat ik mijn aardse taken goed kan doen, werkt sporten ten positieve mee. Tegelijk zijn er dus grenzen. De sport moet niet gaat over heersen en er goed uitzien moet niet betekenen dat we andere mensen (ver)oordelen op hun uiterlijk.

Want ik ook ervaar is dat ik het wielrennen kan gebruiken in mijn werk. Het zorgt voor contacten met randkerkelijken. Het biedt mogelijkheden tot pastorale gesprekken. Daarnaast biedt het de mogelijkheid voor het leiden van dienst zoals bij Fiets voor een huis in Valloire en voor mijn betrokkenheid bij de Toer voor het goede doel.

Wanneer een hobby zoals wielrennen de juiste plek inneemt, mag het daarom best iets meer zijn dan een rondje fietsen. Want dat is geen hobby. Zelfs al zou het je wel op de Olympische Spelen brengen, hoeft het niet verkeerd te zijn. Ik begreep dat Anna van der Breggen lid was van de Gereformeerde kerk Vrijgemaakt in Hasselt (ov). Al is de kans dan wel groter dat het gaat over heersen en de Heere van de troon stoot.

Bij al de overwegingen geeft een tekst als 1 Timotheüs 4:8 de goede richting aan. Hier staat: “Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, maar de godsvrucht is nuttig voor alle dingen, omdat zij de belofte van het tegenwoordige en van het toekomende leven heeft” (HSV). Paulus bedoelt hiermee dat de oefening van het lichaam alleen voor het lichaam nut heeft en dus tijdelijk is, terwijl de godsvruchtig voor nu en voor in de toekomende eeuw nuttig is. Wanneer dit in het achterhoofd zit bij het sporten, dan kan het niet gaan overheersen, maar word je telkens weer bepaald bij de godsvrucht; het leven tot eer van de Heere God.

Een mooi voorbeeld van de combinatie geloof en sport vinden we bij de Rugbyers van Fiji. Zij zingen na het behalen van de gouden olympische medaille een gospelnummer en gaan aansluitend in dankgebed.

By the blood of the Lamb
And the word of the Lord
We have overcome (2x)