Preek gehouden aan de voet van de Galibier op 22 augustus 2015 ter gelegenheid van Fietsen voor een huis. Schriftlezing was Lukas 9 vers 28-36

Gemeente van onze Heere Jezus Christus

In het Bijbelgedeelte dat we gelezen hebben met elkaar, hoorden we dat de Heere Jezus een hoge berg op ging. In de vier Evangeliën, de Bijbelboeken waarin het aardse leven van de Heere Jezus is opgeschreven, komen we regelmatig tegen, dat de Heere Jezus de berg op gaat. Het is iets dat ook wij gedaan hebben. Gisteren zijn we fietsend of lopend een hoge berg op gegaan. We hebben de Galibier beklommen.

Wij hebben dit gedaan met een duidelijk doel voor ogen. Want het beklimmen van de Galibier door ons is verbonden met het bouwen van huizen in Bangladesh. We hebben afgezien en er is een beroep gedaan op ons doorzettingsvermogen, zodat het door ons ingezamelde geld tot verbetering van de situatie mag leiden in Bangladesh. Daarom knepen we niet in de remmen, maar bleven we doorfietsen. Daarom gingen we niet op een muurtje zitten, maar hebben we doorgelopen. Het dak van de Col du Galibier bereiken, zodat mensen in Bangladesh een dak boven hun hoofd krijgen.

Al de keren dat de Heere Jezus een berg beklom, had hij ook een doel voor ogen. In de meeste gevallen zocht Hij de stilte op. De stilte van een berg om in alle rust te spreken met Zijn hemelse Vader. Deze momenten, die de Heere Jezus opzocht, zouden we kunnen zien als een soort ravitaillering. Deze gebedstijden waren rust en verzorgingspunten voor de verdere weg die Hij moest afleggen.

Een schitterend voorbeeld van een ravitailleringspunt is de geschiedenis die bekend staat als de verheerlijking op de berg. Het is een geschiedenis waarin de Heere Jezus de berg opklom om te bidden. Vele keren deed de Heere Jezus dit alleen, maar deze keer neemt hij drie van Zijn discipelen mee. Dezelfde drie die er later ook bij zijn in de hof van Gethsémané. Petrus, Johannes en Jakobus.

Later in de hof van Gethsémané zijn deze drie discipelen erbij om Jezus te ondersteunen. Nu zal Jezus ook ondersteund worden, maar niet door Zijn discipelen. Zij zijn er eerder bij om zelf te worden ondersteund. Of beter. Ze worden voorbereid op dat wat komen gaat. Het is voor hen een soort fietsclinic. Wie nooit een serieuze berg beklommen of afgedaald heeft, weet niet wat dit is en dan is het goed om voorbereid te zijn op dat wat komen gaat. Wie niet weet wie Jezus is en waarvoor Hij op aarde gekomen is, zal niet gelijk Hem volgen en gehoorzamen.

Dat het een soort clinic is voor de drie discipelen hebben ze eerst niet doorgehad. Met de Heere Jezus beklimmen ze de berg en Jezus gaat bidden. Misschien zij eerst ook wel. Op een afstandje van Jezus. Maar precies zoals later in de hof van Gethsémané worden ze bevangen door slaap en vallen hun ogen dicht.

Maar dan verandert er wat en niet een klein beetje ook. De aanblik van het gezicht van Jezus verandert. Het is iets dat we bij een sporter ook kennen. Iemand kan de indruk geven heel ontspannen de Galibier op te rennen, maar dan ineens begint het gezicht steeds meer grimassen te trekken. De aanblik verandert. De vermoeidheid wordt zichtbaar. Al was het bij Jezus niet de vermoeidheid, waardoor de aanblik van Zijn gezicht veranderde.

Hoe Zijn gezicht veranderde, zegt Lukas niet. Letterlijk zegt hij niet meer, dan dat het anders werd. Maar wat Lukas verder over deze gebeurtenis laat horen, geeft ons wel een indruk. Zo wordt Zijn kleding blinkend wit. Helder als een lichtflits. Niet door een licht dat vanaf de buitenkant kwam. Het is van binnenuit.

De Heere Jezus staat er niet als een mens van vlees en bloed die de gele trui aangetrokken krijgt. Zijn uitstraling is hemels. Wat Petrus, Johannes en Jakobus te zien krijgen, nadat ze wakker geworden zijn, en wij te horen krijgen door het verslag van Lukas, is de goddelijke kant van de Heere Jezus. Het toont ons, dat Hij de hemelse Zoon van God is.jesus-king_of_the_mountain

Op de berg wordt de heerlijkheid van de Heere Jezus zichtbaar. Hier mogen we ontdekken dat Jezus niet slechts de King of the Mountain is, maar dat Hij Koning is van het heelal. Dat aan Hem al de macht is in de hemel en op aarde. We zien Jezus in volle glorie en niemand is groter of machtiger of sterker dan Hij.

Wanneer de drie discipelen naar Jezus kijken, dan merken ze op, dat Hij niet alleen is. Twee mannen spreken met Hem; het waren Mozes en Elia. Zij zijn Oudtestamentische personen. Ze verschijnen aan de Heere Jezus en omdat Lukas beschrijft, dat ze in heerlijkheid verschenen, kan het niet anders dan dat zij uit de hemel zijn.

In het Oude Testament zijn beide grote figuren. Mozes was degene die het volk Israël uit het slavenhuis van Egypte mocht leiden en op de berg Sinaï van God de Tien Geboden kreeg. Mozes vertegenwoordigt dan ook de wet. Elia was één van de grootste profeten. Een profeet waarvan door de profeet Maleachi gezegd werd, dat hij terug zou komen voordat de dag van de Heere komt.

Zoals Mozes de wet vertegenwoordigt, vertegenwoordigt Elia de profeten. Bij de wet moeten we denken aan de eerste vijf Bijbelboeken. Het tweede gedeelte van het Oude Testament wordt profeten genoemd. In beide gedeelte komen we teksten tegen de gaan over de door God gezonden Messias en over de weg die Hij zal afleggen.

Het is ook dit onderwerp, dat zij met elkaar bespreken. Jezus die uit de hemel gekomen is om de Wet en de Profeten te vervullen, hoort hier wat er in de Schriften staat over Zijn lijden en sterven. Over Zijn heengaan, dat Hij zou volbrengen in Jeruzalem.

Want de Heere Jezus had een nog groter doel voor ogen. Niet alleen het beklimmen van een berg. Zijn doel is de opgang naar Jeruzalem. Daar zal Hij de heuvel Golgotha beklimmen. Hij zal daarbij een houten kruis dragen. Het kruis waaraan Hij zal worden vastgespijkerd. Aan dat kruis zal Hij de zonden van de wereld dragen. Zo zal Hij verzoening bewerken tussen de heilige God en zondige mensen.

Dit is iets dat u mogelijk weet en misschien ook wel gelooft. Petrus, Johannes en Jakobus hadden er niet het kleinste benul van. Wel herkennen ze op de één of andere manier Mozes en Elia. Wanneer die van de Heere Jezus scheiden om terug te keren naar de hemel, stelt Petrus voor om drie tenten te maken. Blijkbaar wil hij niet dat dit moment van hemelse heerlijkheid verdwijnt. Het is blijkbaar zo intens goed, dat Hij het wil vasthouden.

Dit is iets dat ons niet vreemd is. Goede momenten wil je koesteren en proberen zolang mogelijk vast te houden. Weet u nog hoe u zich voelde bovenop de Galibier. Het was afzien en steeds maar weer doorgaan. Misschien wel de pijn verbijten en de vermoeidheid op zij schuiven. Maar eenmaal boven is voor even alles vergeten. Een heerlijk moment. Een fantastisch gevoel, Dat wil je vasthouden en niet kwijtraken. Je zou in dit heerlijke gevoel wel blijven willen wonen. Niet de berg afdalen, maar een tent opzetten. Want stel je voor dat het niet lukt om het heerlijke gevoel vast te houden en mee naar huis te nemen.

Petrus wil dit dus ook. Hij wil het vasthouden en dit geweldige moment niet kwijtraken. Daarom stelt hij voor om op de berg drie tenten te maken. Voor Jezus één, voor Mozes één en voor Elia één. Dit alles met als doel, dat hij nog langer kan verblijven in deze hemelse heerlijkheid. Een situatie die dus ontstaan is door de gedaante verandering van Jezus en de verschijning van Mozes en Elia.

Lukas zegt, dat Petrus niet wist wat hij zei. Dat is inderdaad zo. Wat Petrus meemaakte was zo overweldigend en toonde zo overduidelijk wie Jezus was, dat zijn verstand er niet bij kon. De gebeurtenis was te groot om te begrijpen. Daarbij had Petrus niet door dat hij pas eeuwig van deze hemelse heerlijkheid zou kunnen genieten, wanneer de Heere Jezus eerst de weg van de vernedering zou gaan.

Daarom was het voor de Heere Jezus ook geen topervaring, maar zoals gezegd eerder een ravitailleringspunt. Jezus was namelijk bezig met een afdaling. Vanuit de hemel is Hij, die gelijk aan God was, afgedaald naar de aarde en is Hij mens geworden. Hij zal zich nog meer vernederen door de gestalte van een slaaf aan te nemen. Hij zal afdalen tot in de dood. Feitelijk is dit dieptepunt het hoogtepunt van Zijn aardse leven. Hij legde Zijn leven af, opdat wie in Hem gelooft tot grote hoogte zal kunnen stijgen. Tot in de hemel.

Je zou kunnen zeggen dat Jezus zich heeft ingezet om er voor te zorgen dat wij en alleen die in Hem geloven een dak boven het hoofd krijgen. Of beter gezegd, dat wij onderdak krijgen bij de Zijn hemelse Vader die in Jezus Christus ook onze Vader wil zijn. Een plaats in het vaderhuis.

En daar wordt je stil van. Want wat heeft Jezus er niet voor over gehad om dit te bereiken. Hij heeft meer dan afgezien en is doorgegaan waar de weg onbegaanbaar leek. Maar Jezus ging de weg naar Jeruzalem. De lijdensweg. Hij droeg aan het kruis de straf voor onze zonden. Hij heeft het volbracht.

Dat Jezus het volbracht heeft, mag ons een euforisch gevoel geven. Nog een veel beter gevoel dan het beklimmen van de Galibier. Mogelijk zal de dag van gisteren heel ons leven in ons geheugen gegrift staan. Maar ik hoop en bid dat de weg die Jezus aflegde voor eeuwig in je hart geschreven mag staan. Dankbaar voor wat Jezus voor jou deed.

Misschien mag ik het vergelijken met de Bengalen, die door ‘Fietsen voor een huis’ de mogelijkheid hebben om een betaalbare huizenlening aan te gaan. Hierdoor kunnen ze het grootste deel van de bouw financieren. Wie er geweest is, zal dankbaarheid ervaren hebben. Want hierdoor krijgen de armen in Bangladesh de mogelijkheid een dak boven het hoofd hebben. Iets dat niet alleen de leefomstandigheden verbetert, maar ook de gezondheid, economische ontwikkeling en veiligheid. Daarbij geeft het een gevoel van eigen waarde.

Zo is het in geestelijke zin ook voor u en voor jou. Het heilswerk van Jezus geeft de mogelijkheid om eeuwig onderdak te vinden in Gods Koninkrijk. Dit is veel meer dan alleen een dak boven het hoofd. Want leven met Jezus verbetert de geestelijke gezondheid enorm. Het maakt dat het ons aan niets ontbreekt voor wat nodig is op onze weg naar het Koninkrijk van God. Daarbij mogen we weten, dat de Heere ons iedere dag van ons leven zal beschermen en bewaren en dat wij in Zijn ogen waardevol zijn.

Het heeft de Heere Jezus alles gekost om dit te bewerken. Wij krijgen dit eeuwige heil gratis. Uit genade. Wel vraagt Hij van ons om voortaan met Hem en naar Zijn wil te leven. Dit is ook van Petrus, Johannes en Jakobus op de berg te horen krijgen. Een wolk overschaduwde hen en ook Jezus en Mozes en Elia. En dan klinkt er een stem. De stem van God de Vader. De stem die zegt: Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem!

Willen wij aan deze stem gehoor geven? Hieraan gehoorzamen zal door Jezus Christus er voor zorgen, dat wij de berg des Heeren mogen beklimmen en voor eeuwig en altijd bij de Heere mogen zijn. Maar alleen achter de Heere Jezus aan. Zonder Hem is het onmogelijk om Gods Koninkrijk binnen te gaan en eeuwig leven. Zie op Jezus alleen en luister naar Zijn stem.

Amen

ds. Jan Holtslag

Op 19 november maakt het Nederlands Dagblad melding van het gegeven, dat de Protestantse Kerk gaat onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is predikanten als werknemers in dienst te nemen. De aanleiding van dit onderzoek is het besluit van het Georganiseerd Overleg Predikanten, dat betrekking heeft op de arbeidsvoorwaarden en het traktement van predikanten.

Dat het mogelijk is, dat predikanten werknemers worden, lijkt mij niet zo’n moeilijke vraag. De mobiliteitspool van predikanten geeft hier al het antwoord op. De vraag is veel meer of het wenselijk is.

Het aardige is, dat de Protestantse Kerk in Nederland hier al een antwoord op heeft gegeven. Ten minste dit valt te lezen op de site domineeworden.nl. Hier staat het volgende:

———————————————–

Geen werknemer

Een predikant is niet als werknemer in dienst van de gemeente. De kerk vindt het namelijk belangrijk dat predikanten in vrijheid hun ambt kunnen uitoefenen. Binnen de kerkenraad worden wel afspraken gemaakt over de verdeling van het werk in de gemeente, maar een predikant heeft een behoorlijke mate van vrijheid als het gaat om preken, catechese en pastoraat.

Om deze vrijheid te garanderen is ervoor gekozen dat een predikant niet als werknemer in dienst is van een gemeente. Bij werknemers is er een gezagsrelatie met een werkgever en die laatste is er bij predikanten niet. Dat een predikant als zelfstandige werkzaam is, betekent echter niet dat hij ook verantwoordelijk is voor zijn eigen inkomen. Er is geen ondernemersrisico. Word je als predikant beroepen, dan geldt namelijk een centrale regeling voor de arbeidsvoorwaarden.
http://www.domineeworden.nl/info.aspx?page=13947
———————————————–

In deze tekst staat al een zeer belangrijk punt waarom een predikant geen werknemer moet zijn. Een predikant moet in vrijheid het ambt kunnen uitoefenen. Vanzelfsprekend afspraken maken met de kerkenraad, maar geen landelijke kerk of plaatselijke gemeente, die een predikant kan zeggen wat deze moet doen of niet, moet (s)preken of niet. Wat wat zouden (in de toekomst) de gevolgen kunnen zijn?

Als een predikant werknemer is, kan dan de landelijke kerk in overleg met de plaatselijke gemeente een predikant overplaatsen? Bijvoorbeeld omdat de predikant te ‘lang’ in de gemeente staat of er niet langer vruchtbaar kan werken volgens de kerkenraad?

Kan een predikant, die werknemer is, gedwongen worden om zaken te doen, die tegen zijn geweten in gaan? Bijvoorbeeld het trouwen van mensen van hetzelfde geslacht, het toelaten van kinderen tot het avondmaal, het bevestigen van vrouwen in het ambt, het leiden van een crematie, het zingen van andere liederen dan alleen de psalmen, het volgen van een leesrooster. Zo zijn er vele voorbeelden te bedenken.

Het zijn voorbeelden waarvan ik niet vermoed, dat die direct zullen spelen, maar de mogelijkheid ligt er wel. Want een werknemer zal naar de werkgever moeten luisteren en anders kan ontslag volgen en hiermee uit het ambt van predikant gezet worden.

Wie is trouwens de werkgever? De landelijke kerk. Maar wie of wat is de landelijke kerk. Is dit de synode of de directeur van de landelijke dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland?

Het zijn allemaal vragen die gesteld kunnen worden bij de vraag of een predikant werknemer moet worden. Maar het allerbelangrijkste is, dat we goed voor ogen hebben wat de reden is om dit eventueel te wijzigen. Arbeidsvoorwaarden en traktement. Moet geld, de mammon, de reden zijn om de vrijheid van het ambt op te geven? Het dunkt mij van niet. Wie de vrijheid van het ambt van predikant hoog heeft staan, die zal die te vuur en te zwaard verdedigen. Want de enige bij wie de predikant in dienst is, is de Heere, de God die hemel en aarde geschapen heeft en die de Vader is van de Zaligmaker Jezus Christus. Want een predikant is een verbi divini minister.

———————————————————————————————————————-

Hieronder staat de tekst van het opiniestuk uit het Reformatorisch Dagblad van 26 november 2013

———————————————————————————————————————-

Predikant geen gewone werknemer

Er kleven de nodige haken en ogen aan de gedachte die leeft om predikant als werknemers in dienst te nemen, stelt ds. J. Holtslag.

Na maanden van vergaderen is op 12 november het Georganiseerd Overleg Predikanten (GOP) binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) tot een overeenkomst gekomen betreffende een tegemoetkoming van de kerk in de premies die de afzonderlijke predikanten betalen voor de Zorgverzekeringswet. De Bond van Nederlandse Predikanten is niet blij met het compromis, maar legt zich er bij neer. Zowel het moeizame overleg als de ontevredenheid over het compromis heeft het GOP tevens doen besluiten om te gaan onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is predikanten als werknemers in dienst te nemen.

Een predikant binnen de PKN is op enkele uitzonderingen na geen werknemer. Het predikantschap is een vrij beroep. Iets dat moet blijven. Het is niet wenselijk om als predikant werknemer te zijn.

Mógelijk is het overigens wel. Het genoemde onderzoek zal dit aantonen. Ook zijn bij bijvoorbeeld de Doopsgezinde Kerk en de Nederduits Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika predikanten in dienst van de plaatselijke gemeente. Daar komt bij dat er vele ontwikkelingen binnen de PKN zijn die hiernaar toe lijken te werken. Verder is bij een arbeidsovereenkomst naast de materiële gezagsverhouding ook een meer formele gezagsverhouding toegestaan. Het kan dus. Maar wat kan is niet altijd wenselijk.

Allereerst stel ik dat het onjuist is dat het regelen van materiële zaken de reden is en/of de doorslag geeft om van een predikant een werknemer te maken. Het roept om een discussie over het ambt van predikant. Wanneer vanuit deze discussie zou blijken dat er geen bezwaar zou zijn, dan kan de materiële kant besproken worden. Maar het financiële mag niet voorop staan.

Is het wenselijk, dat een predikant werknemer is? Dit is het niet en laat ik beginnen bij een punt dat op de PKN-site domineeworden.nl wordt genoemd. Hier staat dat de kerk het belangrijk vindt dat predikanten in vrijheid hun ambt kunnen uitoefenen. Deze vrijheid wordt gekoppeld aan preken, catechese en pastoraat.

Waar zit die vrijheid precies in? Met deze vrijheid wordt niet verwezen naar de vrijheid om zelf de agenda in te vullen. Al zal er vrijheid moeten zijn over de tijd die besteed wordt aan de preekvoorbereiding, huisbezoek, studie en dergelijke. Maar wanneer het over vrijheid gaat, dan is dit verbonden aan de positie die een predikant inneemt ten opzichte van de Heere God. Hij staat als verbi divini minister’ in dienst van de Heere. Hij zal zich moeten houden aan de taak die de Heere hem gegeven heeft en zal aan Hem verantwoording moeten afleggen.

Hierom moet een predikant de vrijheid hebben om het Woord van God te prediken, zonder dat iemand hem zegt wat en met welke woorden hij moet preken. Hierom zal hij de vrijheid moeten hebben om zelf het pastoraat te bepalen. Er kunnen namen worden doorgegeven, maar hij laat zich niet sturen. Hij moet daar pastoraat bedrijven, waar de Heere dat wil. Verder zal de predikant de vrijheid moeten hebben om geen zaken te doen die tegen zijn geweten ingaan en die hij op grond van Gods Woord niet kan uitvoeren.

Want kan een predikant als werknemer gedwongen worden om kinderen toe te laten tot het Heilig Avondmaal, een crematie te leiden, een leesrooster te volgen, mensen van hetzelfde geslacht te trouwen? Zo zijn er vele voorbeelden te bedenken. Het zijn voorbeelden waarvan ik niet vermoed, dat die direct zullen spelen, maar de mogelijkheid ligt er wel. Want een werknemer zal naar de werkgever moeten luisteren en anders kan ontslag volgen en hiermee uit het ambt van predikant gezet worden. Is dit wat we willen?

Wie is trouwens de werkgever? Als dit de kerkenraad is, dan liggen conflicten op de loer. Zeker wanneer de verhouding tussen predikant en kerkenraad niet optimaal is of wanneer de predikant niet in overeenstemming met de kerkenraad spreekt en handelt. Welke gevolgen heeft dit voor het beroepingswerk en voor het predikantsgezin?

Ook de landelijke kerk zou de werkgever kunnen zijn. Maar wie of wat is de landelijke kerk? Is dit de synode of de directeur van de landelijke dienstenorganisatie van de PKN? Voor predikanten in algemene dienst geldt trouwens al dat zij geen kritiek mogen uiten op het beleid van de landelijke kerk.

In één van de reacties die ik op mijn blog hierover ontvangen heb, wordt een stichting van predikanten geopperd of een maatschap. Wanneer door de overheid voor het regelen van de arbeidsvoorwaarden het werknemerschap wordt geëist, dan is dit misschien een mogelijkheid. Maar niet voordat er in de kerk gesproken is over het ambt van predikant en de vrijheid die van Godswege hierbij hoort.

De auteur is hervormd predikant te Giessen-Nieuwkerk en Neder-Slingeland.

Vanuit de Bijbel worden wij opgeroepen om te geloven in Jezus Christus. Zelfs om Zijn Naam te belijden. Als predikant ben ik dan ook dankbaar, dat er ieder jaar gemeenteleden zijn die na het volgen van de belijdeniscatechese komen tot de openbare belijdenis van het geloof.

Dit is het onderwerp, dat ik graag bij jou wil aansnijden. Want ik zou graag zien, dat meer mensen komen tot de belijdenis van die ene Naam die ons gegeven is om daardoor behouden te worden voor de eeuwigheid.

Nu kan het zijn, dat er nooit over nagedacht is om belijdeniscatechese te volgen. Het kan ook zijn, dat er gezegd wordt te geloven en dat het doen van openbare belijdenis daar niets aan toevoegt. Graag wil ik in beide gevallen jou enkel punten ter overweging geven, waardoor hopelijk een andere kijk gekregen wordt op de belijdeniscatechese en het doen van openbare belijdenis van het geloof.

Eerst wil ik een tweetal citaten weer geven van jongeren die eens belijdenis gedaan hebben.

Belijdenis doen is ‘ja’ zeggen op je doop. Dit was voor ons de belangrijkste reden om belijdenis te doen. Je weet vast al wel dat je voor God kiest, maar het is mooi omdat in het openbaar te midden van de gemeente te mogen zeggen. Hierbij zou de vergelijking gebruikt kunnen worden die aangedragen is over het huwelijk. Dat was voor ons een echte eye-opener.

Ik heb belijdenis gedaan omdat ik ‘Ja’ wilde zeggen tegen God. God heeft zijn Zoon naar de aarde gestuurd om mijn zonden op zich te nemen, wat een genade! Tijdens de belijdeniscatechisatie praat je met de groep over allerlei onderwerpen die met geloven te maken hebben, voor mij is dat een hele leerzame en leuke periode geweest. Ook bouw je aan je persoonlijke relatie met God. Met mijn belijdenis heb ik voor God gekozen en een leven met Hem. Echt een aanrader!

Uit beide reacties valt te lezen, dat ‘Ja’ zeggen een wezenlijk iets is. Ondanks, dat God allang van het geloof af weet. De vergelijking met een huwelijk is doeltreffend. Een man en vrouw die op het punt staan te trouwen, weten van elkaar dat ze elkaar liefhebben. Toch wordt het op de trouwdag tot tweemaal toe in het openbaar gezegd. Het zou vreemd zijn, wanneer één van beiden zou zeggen: “Je weet, dat ik van je houd en daarom vind ik het niet nodig om nu ‘Ja’ te zeggen”. Met de belijdenis van het geloof is het net zo. Natuurlijk weet God wat er in jou hart leeft, maar zou Hij het dan niet fijn vinden, dat jij het openlijk zegt in het midden van Zijn gemeente? Hij heeft dit zelf ook gedaan toen de Heilige Doop bediend werd. Op die dag zei God ‘Ja’ tegen jou. Wanneer zeg jij openlijk ja tegen God?

Denk er eens over na. Praat er eens over met iemand die dicht bij je staat. Neem eens contact op met je ouderling of predikant. Het zou jammer zijn, wanneer je deze zomer jou gedachten hier niet over liet gaan. Niet om je te pushen. Dat is niet de bedoeling. Maar dus wel om je aan het denken. En dat denkproces is nu begonnen.

Grote geheimzinnigheid is er omtrent wachtwoorden. Terecht. Want je wilt niet dat iemand je wachtwoord kent van BOL.com en op jouw naam en jouw kosten aankopen doet voor zichzelf. Of stel dat iemand iets post op jouw Facebook-account. Daar moet je niet aan denken. Daarom is het belangrijk om wachtwoorden af te schermen en niet te eenvoudig te laten zijn.

Eenvoudige wachtwoorden zijn er genoeg. Zo maak ik er een sport van om op plaatsen waar ik kom de code van het WiFi-netwerk te kraken. Vooral bij restaurants is mij dit enkele keren gelukt. Want dan bleek dat de naam van het restaurant het wachtwoord was of de straat waaraan het restaurant staat.

Nu is het kraken van de code van de WiFi over het algemeen niet zo erg. Mensen willen gewoon gebruik maken van het Internet en zullen verder niet in het netwerk bezig gaan. Hierom worden op verjaardagsfeestjes regelmatig wachtwoorden uitgewisseld. Vooral jongeren vragen om het wachtwoord. Een vraag die zij in bijna alle gevallen positief beantwoord zien.

Nu bestaat zo’n wachtwoord vaak uit een reeks willekeurige letters en cijfers. Een enkele keer is er achter het wachtwoord een logica te vinden. Bijvoorbeeld het adres met postcode. Of de namen van de bewoners. Of de datum waarop het huis betrokken is. Soms zijn het erg leuk bedachte wachtwoorden.

Maar het zijn niet de leukste wachtwoorden die ik ken. De leukste wachtwoorden ben ik bij twee kerken tegengekomen. Bij de één is het wachtwoord een naam gekozen van één van de discipelen van Jezus. Bij een andere kerk kreeg ik als wachtwoord door j1e2s3u4s. Oftewel jesus met 1 tot en met 4 er tussen in.

Dit bracht mij op een missionair idee. Wanneer een gemeente er geen bezwaar van maakt om het wachtwoord aan de eigen gemeenteleden en aan gasten bekend te maken, waarom maken we er dan geen missionair wachtwoord van. Een wachtwoord met een boodschap, waardoor het Evangelie verspreid wordt. Dit geldt trouwens net alleen voor het wachtwoord, maar ook voor de naam van het WiFi-netwerk. Hieronder een paar voorbeelden, maar bedenk zelf een andere.

Johannes3vers16

Handelingen4vers12

1Korinthe12vers3

Psalm23

Exodus20

Opde3edag

7kruiswoorden

10geboden

12discipelen

JezusisHeer

ZieIkkomspoedig

Ten tijde van de Franse revolutie in 1789 kwam de leus ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ in gebruik. Waarschijnlijk als een van de vele leuzen die rond gingen. In 1791 werd de leus opgenomen in de Franse grondwet. Toch raakte de leus in de vergetelheid. De februari-revolutie van 1948 onttrok de leus hier aan. Het werd het motto van de derde Franse republiek en de lijfspreuk van Frankrijk. Naast Frankrijk is het ook het motto van Haïti.

Wat is er van die spreuk geworden?
Wanneer we kijken naar vrijheid, dan moeten we concluderen dat de individuele vrijheid van een mens in West-Europa nog nooit zo groot is geweest. De mens is vrij en kent bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst. De vrijheid is zover doorgetrokken dat het individualisme prioriteit is. Het wezen van een individu is heilig.
Wanneer we het tweede woord er uit pikken, dan is de conclusie overeenstemmend. Gelijkheid is heilig. Onderscheid maken in gelijke situaties is uit de boze. Duidelijk is niet gebleken bij de afschaffing van de enkele feit-constructie in april van dit jaar. Man of vrouw, homo of hetro mag niet bepalend zijn. Iets dat evenzeer geldt voor ras en godsdienst.

Van twee van de drie begrippen kunnen we al zeggen dat zij bepalend zijn geworden in onze huidige maatschappij. Hoe zit dit met de laatste van de drie begrippen; broederschap?

Sinds de troonrede van 17 september 2013 doet de term Participatiesamenleving opgeld. Het is een term waarmee aangegeven wordt dat de verzorgingsstaat voorbij is en ieder verantwoordelijkheid moet nemen voor het eigen leven en de omgeving. Het geeft aan dat de overheid zich terugtrekt of slechts een faciliterende rol speelt.
De reden voor deze omslag is het onbetaalbaar worden van de verzorgingsstaat. Het fundament van deze omslag zal de broederschap moeten zijn. Wanneer dit derde begrip op een gelijk manier ingang heeft gevonden in de samenleving, als de andere twee begrippen, dan hoeft er geen ongerustheid te zijn. Want in een samenleving waarin niet alleen vrijheid en gelijkheid het doen en laten bepalen, maar ook broederschap, zal iedereen verantwoordelijkheid nemen voor het eigen leven en voor de omgeving.

Maar de praktijk is niet zo. Laat ik niet iedereen over één kan scheren. Velen zijn betrokken bij mantelzorg van gezinsleden, familieleden, buren of anderen. Daarnaast zijn velen actief als vrijwilliger bij sportverenigingen, muziekverenigingen of andere maatschappelijke organisaties, zoals de kerk. Ook blijkt de Nederlander nog steeds veel te geven aan goede doelen. Toch is hier een kentering gaande. Zo willen loterijen niet 50%, maar slechts 40% afstaan aan goede doelen. Het betekent, dat het merendeel opgaat aan de eigen organisatie en aan prijzengeld. Dit past niet bij een participatiesamenleving. Hier geldt het eigenbelang. Iets dat we volop tegenkomen in de huidige maatschappij. De ander gaat niet voorop, maar ook niet gelijk mee. Broederschap zou toch moeten betekenen om de ander even lief te hebben als jezelf? Broederschap zou in feite de drijfveer moeten zijn van vrijheid en gelijkheid. Maar de vrijheid van een ander is om de eigen vrijheid te waarborgen. Daarbij lijkt het wijzen op gelijkheid voor bedoelt om het eigen gelijk voor op te stellen.
Het derde begrip uit de Franse revolutie is dus niet zo ingeburgerd als de eerste twee. De broederschap is ondergesneeuwd. Misschien wel door het geschreeuw om vrijheid en gelijkheid. Wanneer de overheid dan pleit voor een participatiesamenleving, dan stelt zij een omslag voor die geen basis heeft. Een mislukking staat voor de boeg en over een aantal jaren zal massaal opgeroepen worden om ingrijpen van de overheid op talloze terreinen.

Tenzij de kerk de plaats inneemt die zij eeuwen ingenomen heeft. Hierbij denk ik aan de diaconessenhuizen en de vele zorginstellingen voor ouderen en voor mensen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking die in het verleden zijn opgericht door de kerk of door aan de kerk gelieerde organisaties. Zou dit vandaag de dag ook kunnen? Plaatselijk en/of landelijk het gat vullen dat de overheid laat vallen. Ik zie gelukkig allerlei regionale diaconale overleggen ontstaan met betrekking tot de WMO en bijvoorbeeld schuldhulpmaatje. Dat is meer dan goed en mag gerust uitgebreid worden.
Tegelijk is het nodig dat los van de diaconie de kerkelijke gemeente laat zien wat broederschap is. Christelijke naaste liefde. Er zijn voor mensen die hulp nodig hebben. Want wat zijn er veel mensen die hulp nodig hebben. Dan kunnen we denken aan asielzoekers die met niets in ons land aankomen en vaak heel lang in afwachting zijn van een verblijfsvergunning of aan afgewezen asielzoekers die soms letterlijk geen kant op kunnen. Maar ook aan vele anderen in het dorp, de wijk of de stad die heel hard hulp nodig hebben. Omdat het financieel niet bol te werken is. Omdat het lichamelijk of geestelijk niet meer gaat.
Oorzaken kunnen heel divers zijn en er moet opgepast worden dat mensen misbruik maken van aangeboden hulp. Maar laten we niet te snel oordelen. Het oordeel past ons ook niet. Laten we als christelijke gemeenschap aan de samenleving en de overheid tonen wat broederschap is en dat vrijheid en gelijkheid dan meer voorstellen dan nu.

Vrijheid en gelijkheid stellen trouwens pas echt wat voor wanneer mensen de vrijheid van Christus kennen en weten dat er bij de Heere God geen aanziens des persoons is. Vanuit deze geloofskennis mag de kerk hulpverlenen en is het haar roeping om het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen. Waarbij het niet de bedoeling is dat het Evangelie met de geboden hulp gelijk door de strot geduwd wordt of dat hulp afhankelijk is van kerkgang. De hulp die geboden wordt, zal geboden moeten worden vanuit naaste liefde. Waarbij er natuurlijk de hoop en het gebed er mag zijn dat mensen door de ontvangen naaste liefde de liefde van God in Christus Jezus leren kennen en aannemen.

Te midden van een participatiesamenleving is het dus goed wanneer we als kerk invullen wat na de Franse revolutie is blijven liggen en nu door de overheid afgeschoven wordt en wat in het verleden altijd al door de kerk is opgepakt en waartoe de Heere Jezus ons al de weg gewezen heeft in de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. Broederschap. Want ik ben de hoeder van mijn broer.

Bronnen:
Participatiesamenleving, geraadpleegd op 1 november 2014 via http://nl.m.wikipedia.org/wiki/Participatiesamenleving
Vermeulen: Participatiesamenleving biedt kans aan orthodoxen, geraadpleegd op 1 november 2014 via http://www.refdag.nl/nieuws/politiek/vermeulen_participatiesamenleving_biedt_kans_aan_orthodoxen_1_866255
Vrijheid, gelijkheid en broederschap, geraadpleegd op 1 november 2014 via http://nl.m.wikipedia.org/wiki/Vrijheid,_gelijkheid_en_broederschap