Op 15 juni 1520 werd er vanuit de Rooms katholieke kerk een banbul vastgesteld. De officiële publicatie was 24 juli. Het is de dag waarop de bul aan de Sint-Pieter aangeslagen werd. Pas begin oktober kreeg de persoon tegen wie de bul gericht was, deze te lezen. Het betrof de monnik Maarten Luther. Woonachtig te Wittenberg. Met zijn 95 stellingen die hij op 31 oktober 1517 geslagen had op de deur van de slotkerk in Wittenberg bracht hij een beweging opgang die ertoe leidde, dat hij al zijn boeken moest verwerpen. Iets dat hij niet deed. Het maakte dat de Rooms Katholieke Kerk de ban over hem uitsprak.

Zo nu en dan stelt iemand de vraag of Rome deze ban niet kan opheffen. Onder andere in 1971 door vertegenwoordigers van Rooms-katholieken. Dr. Hans Küng was 5 jaar eerder al van mening dat de ban kon worden opgeheven. Frappant is dat er toen over gesproken werd, terwijl 12 jaar later dit gesprek niet meer gevoerd hoefde te worden. Volgens kardinaal Joseph Ratzinger is de ban met de dood van Luther tot een einde gekomen. Onlangs heeft Hendro Munsterman deze woorden van Paus Bedenictus  XVI bevestigd. Tijdens de jaarlijkse Oecumenelezing op vrijdag 13 januari in Utrecht zegt hij volgens het Reformatorisch Dagblad dat Luthers excommunicate inmiddels is opgeheven. „Dat gebeurt namelijk automatisch als iemand overlijdt. Als Hans Küng in interviews oproept om in het Lutherjaar de excommunicatie van Luther op te heffen, dan slaat hij de plank volledig mis. Dat kan niet eens. Nee, Luther is een allereerst medegedoopte. In diezelfde doop zijn wij reeds verenigd in Christus, ook al is de kerkelijke gemeenschap nog niet volledig.”

Oftewel geen gezeur meer over het opheffen van de banbul.

Maar toch wil ik hier nog een woord aan wijden. De bul die Luther ontving heeft officieel: Bulla contra errores Martini Lutheri et sequacium. In het laatste woord zit het. De bul is gericht tegen de fouten van Maarten Luther en zijn volgelingen. Hieronder verstaan we hen die in 1520 de leer van Luther aanhingen. Maar moeten we hieronder ook niet hen verstaan die later de lijn van Luther gevolgd zijn? Zijn alle Lutheranen en ook al de calvinisten en Zwinglianen hier niet bij inbegrepen. Geldt de bul niet voor alle protestanten?

Wanneer er ooit sprake wil zijn van oecumene dan zal hier toch overeenstemming over moeten zijn. Of van protestantse zijde zal de protestantse theologie herroepen moeten worden en betiteld moeten worden als een dwaling. Of van Rooms-katholieke zijde zal de ban opgeheven moeten worden en zal hiermee uitgesproken worden dat de leer van Luther geen dwaling was. Het is toch van het één of van het ander. Of misschien is er een tussenweg. Al lijkt het mij niet eenvoudig die te vinden. Hopelijk vind ik wel iemand die zijn licht kan werpen of de ban nog steeds geldt voor de volgelingen van Maarten Luther.

 

Hendro Munsterman schreef het volgende over Trente en wat gelezen kan worden als een antwoord op de gestelde vraag.

Wat moeten we toch met het concilie van Trente? (uitgebreide versie)

Op 19 november maakt het Nederlands Dagblad melding van het gegeven, dat de Protestantse Kerk gaat onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is predikanten als werknemers in dienst te nemen. De aanleiding van dit onderzoek is het besluit van het Georganiseerd Overleg Predikanten, dat betrekking heeft op de arbeidsvoorwaarden en het traktement van predikanten.

Dat het mogelijk is, dat predikanten werknemers worden, lijkt mij niet zo’n moeilijke vraag. De mobiliteitspool van predikanten geeft hier al het antwoord op. De vraag is veel meer of het wenselijk is.

Het aardige is, dat de Protestantse Kerk in Nederland hier al een antwoord op heeft gegeven. Ten minste dit valt te lezen op de site domineeworden.nl. Hier staat het volgende:

———————————————–

Geen werknemer

Een predikant is niet als werknemer in dienst van de gemeente. De kerk vindt het namelijk belangrijk dat predikanten in vrijheid hun ambt kunnen uitoefenen. Binnen de kerkenraad worden wel afspraken gemaakt over de verdeling van het werk in de gemeente, maar een predikant heeft een behoorlijke mate van vrijheid als het gaat om preken, catechese en pastoraat.

Om deze vrijheid te garanderen is ervoor gekozen dat een predikant niet als werknemer in dienst is van een gemeente. Bij werknemers is er een gezagsrelatie met een werkgever en die laatste is er bij predikanten niet. Dat een predikant als zelfstandige werkzaam is, betekent echter niet dat hij ook verantwoordelijk is voor zijn eigen inkomen. Er is geen ondernemersrisico. Word je als predikant beroepen, dan geldt namelijk een centrale regeling voor de arbeidsvoorwaarden.
http://www.domineeworden.nl/info.aspx?page=13947
———————————————–

In deze tekst staat al een zeer belangrijk punt waarom een predikant geen werknemer moet zijn. Een predikant moet in vrijheid het ambt kunnen uitoefenen. Vanzelfsprekend afspraken maken met de kerkenraad, maar geen landelijke kerk of plaatselijke gemeente, die een predikant kan zeggen wat deze moet doen of niet, moet (s)preken of niet. Wat wat zouden (in de toekomst) de gevolgen kunnen zijn?

Als een predikant werknemer is, kan dan de landelijke kerk in overleg met de plaatselijke gemeente een predikant overplaatsen? Bijvoorbeeld omdat de predikant te ‘lang’ in de gemeente staat of er niet langer vruchtbaar kan werken volgens de kerkenraad?

Kan een predikant, die werknemer is, gedwongen worden om zaken te doen, die tegen zijn geweten in gaan? Bijvoorbeeld het trouwen van mensen van hetzelfde geslacht, het toelaten van kinderen tot het avondmaal, het bevestigen van vrouwen in het ambt, het leiden van een crematie, het zingen van andere liederen dan alleen de psalmen, het volgen van een leesrooster. Zo zijn er vele voorbeelden te bedenken.

Het zijn voorbeelden waarvan ik niet vermoed, dat die direct zullen spelen, maar de mogelijkheid ligt er wel. Want een werknemer zal naar de werkgever moeten luisteren en anders kan ontslag volgen en hiermee uit het ambt van predikant gezet worden.

Wie is trouwens de werkgever? De landelijke kerk. Maar wie of wat is de landelijke kerk. Is dit de synode of de directeur van de landelijke dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland?

Het zijn allemaal vragen die gesteld kunnen worden bij de vraag of een predikant werknemer moet worden. Maar het allerbelangrijkste is, dat we goed voor ogen hebben wat de reden is om dit eventueel te wijzigen. Arbeidsvoorwaarden en traktement. Moet geld, de mammon, de reden zijn om de vrijheid van het ambt op te geven? Het dunkt mij van niet. Wie de vrijheid van het ambt van predikant hoog heeft staan, die zal die te vuur en te zwaard verdedigen. Want de enige bij wie de predikant in dienst is, is de Heere, de God die hemel en aarde geschapen heeft en die de Vader is van de Zaligmaker Jezus Christus. Want een predikant is een verbi divini minister.

———————————————————————————————————————-

Hieronder staat de tekst van het opiniestuk uit het Reformatorisch Dagblad van 26 november 2013

———————————————————————————————————————-

Predikant geen gewone werknemer

Er kleven de nodige haken en ogen aan de gedachte die leeft om predikant als werknemers in dienst te nemen, stelt ds. J. Holtslag.

Na maanden van vergaderen is op 12 november het Georganiseerd Overleg Predikanten (GOP) binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) tot een overeenkomst gekomen betreffende een tegemoetkoming van de kerk in de premies die de afzonderlijke predikanten betalen voor de Zorgverzekeringswet. De Bond van Nederlandse Predikanten is niet blij met het compromis, maar legt zich er bij neer. Zowel het moeizame overleg als de ontevredenheid over het compromis heeft het GOP tevens doen besluiten om te gaan onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is predikanten als werknemers in dienst te nemen.

Een predikant binnen de PKN is op enkele uitzonderingen na geen werknemer. Het predikantschap is een vrij beroep. Iets dat moet blijven. Het is niet wenselijk om als predikant werknemer te zijn.

Mógelijk is het overigens wel. Het genoemde onderzoek zal dit aantonen. Ook zijn bij bijvoorbeeld de Doopsgezinde Kerk en de Nederduits Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika predikanten in dienst van de plaatselijke gemeente. Daar komt bij dat er vele ontwikkelingen binnen de PKN zijn die hiernaar toe lijken te werken. Verder is bij een arbeidsovereenkomst naast de materiële gezagsverhouding ook een meer formele gezagsverhouding toegestaan. Het kan dus. Maar wat kan is niet altijd wenselijk.

Allereerst stel ik dat het onjuist is dat het regelen van materiële zaken de reden is en/of de doorslag geeft om van een predikant een werknemer te maken. Het roept om een discussie over het ambt van predikant. Wanneer vanuit deze discussie zou blijken dat er geen bezwaar zou zijn, dan kan de materiële kant besproken worden. Maar het financiële mag niet voorop staan.

Is het wenselijk, dat een predikant werknemer is? Dit is het niet en laat ik beginnen bij een punt dat op de PKN-site domineeworden.nl wordt genoemd. Hier staat dat de kerk het belangrijk vindt dat predikanten in vrijheid hun ambt kunnen uitoefenen. Deze vrijheid wordt gekoppeld aan preken, catechese en pastoraat.

Waar zit die vrijheid precies in? Met deze vrijheid wordt niet verwezen naar de vrijheid om zelf de agenda in te vullen. Al zal er vrijheid moeten zijn over de tijd die besteed wordt aan de preekvoorbereiding, huisbezoek, studie en dergelijke. Maar wanneer het over vrijheid gaat, dan is dit verbonden aan de positie die een predikant inneemt ten opzichte van de Heere God. Hij staat als verbi divini minister’ in dienst van de Heere. Hij zal zich moeten houden aan de taak die de Heere hem gegeven heeft en zal aan Hem verantwoording moeten afleggen.

Hierom moet een predikant de vrijheid hebben om het Woord van God te prediken, zonder dat iemand hem zegt wat en met welke woorden hij moet preken. Hierom zal hij de vrijheid moeten hebben om zelf het pastoraat te bepalen. Er kunnen namen worden doorgegeven, maar hij laat zich niet sturen. Hij moet daar pastoraat bedrijven, waar de Heere dat wil. Verder zal de predikant de vrijheid moeten hebben om geen zaken te doen die tegen zijn geweten ingaan en die hij op grond van Gods Woord niet kan uitvoeren.

Want kan een predikant als werknemer gedwongen worden om kinderen toe te laten tot het Heilig Avondmaal, een crematie te leiden, een leesrooster te volgen, mensen van hetzelfde geslacht te trouwen? Zo zijn er vele voorbeelden te bedenken. Het zijn voorbeelden waarvan ik niet vermoed, dat die direct zullen spelen, maar de mogelijkheid ligt er wel. Want een werknemer zal naar de werkgever moeten luisteren en anders kan ontslag volgen en hiermee uit het ambt van predikant gezet worden. Is dit wat we willen?

Wie is trouwens de werkgever? Als dit de kerkenraad is, dan liggen conflicten op de loer. Zeker wanneer de verhouding tussen predikant en kerkenraad niet optimaal is of wanneer de predikant niet in overeenstemming met de kerkenraad spreekt en handelt. Welke gevolgen heeft dit voor het beroepingswerk en voor het predikantsgezin?

Ook de landelijke kerk zou de werkgever kunnen zijn. Maar wie of wat is de landelijke kerk? Is dit de synode of de directeur van de landelijke dienstenorganisatie van de PKN? Voor predikanten in algemene dienst geldt trouwens al dat zij geen kritiek mogen uiten op het beleid van de landelijke kerk.

In één van de reacties die ik op mijn blog hierover ontvangen heb, wordt een stichting van predikanten geopperd of een maatschap. Wanneer door de overheid voor het regelen van de arbeidsvoorwaarden het werknemerschap wordt geëist, dan is dit misschien een mogelijkheid. Maar niet voordat er in de kerk gesproken is over het ambt van predikant en de vrijheid die van Godswege hierbij hoort.

De auteur is hervormd predikant te Giessen-Nieuwkerk en Neder-Slingeland.