Recensies

Ruben van WingerdenWat als we niet alleen zijn; Twintig verhalen over geloof en kosmos

KokBoekencentrum, Utrecht; 174 blz.; 21,99

In mijn hoofd had ik op grond van de titel de recensie al geschreven voordat ik een letter van het boek gelezen had. Titels doen er toe en zetten je op een spoor. Dit laatste deed de podcast Theologie.nl die over het betreffende boek ging ook. Onbevangener ben ik het boek gaan lezen en ik ben op advies van de auteur begonnen bij het zesde verhaal.

Dit verhaal heeft me geraakt en is het lezen meer dan waard. Vanuit het perspectief van de zon wordt er naar de aarde gekeken en op indrukwekkende wijze wordt de zonsverduistering rondom het sterven van de Heere Jezus beschreven. Het verhaal is het waard om opnieuw te lezen en te laten lezen.

Het voorwoord heeft mij kritisch gemaakt. Dit samen met het zevende verhaal dat in theologische zin het sterkst verbonden is met de titel van het boek. Meerdere verhalen hebben nadrukkelijk een theologische oorsprong of dragen een theologisch thema. Zo komen theologische vraagstellingen over de bezieling van schepselen, universele verlossing, de Drie-eenheid en de theodicee aan de orde. Zijn er verhalen over Gods geboden, de zeggenschap van de Bijbel, de schepping en de satan. Ook zijn verhalen te herleiden tot gelijkenissen van de Heere Jezus.

Het is een theologische denkoefening die voortkomt uit de liefde van de auteur voor sciencefiction en gebaseerd is op het Griekse woord ktisis. Een woord dat met schepping vertaald wordt en dat volgens het voorwoord zowel de aarde als het universum kan omvatten. Hierbij wordt Romeinen 8:22 aangehaald. De hele schepping die in barensweeën zucht en lijdt. Dit geeft de auteur de ruimte om in een tijd waarin het bestaan van buitenaards leven niet langer louter sciencefiction is, maar een reële mogelijkheid, de vraag te stellen of buitenaards leven deel uitmaakt van de zuchtende schepping.

Naar mijn idee wordt de bijbeltekst gebruikt als onbedoelde springplank. De eerste keer dat Paulus het in de brief gebruikt is in hoofdstuk 1 en dan staat er achter ‘tou kosmou’. Op grond hiervan is aannemelijk dat Paulus elke keer de schepping van de wereld bedoelt wanneer hij ktisis gebruikt. Het is de aarde die zucht en het is geen verwijzing naar andere planeten of naar sterren of astroïden.

Verrassend vond ik de regelmatige verwijzing naar Origines. Het lijkt op eerherstel van een theoloog die tijdens het Tweede Concilie van Constantinopel in 553 officieel als ketter is veroordeeld. Dit op grond van zijn gedachten over de ziel en alverzoening. Onderwerpen die terugkomen in het boek. Vooral vragenderwijs. Al voelt dit meer als indekken, dan afstand nemen van ketterij.

Ik hoop dat het bij een denkoefening blijft en dat de kerk blijft bij de belijdenis dat Gods Zoon mens is geworden om de zondige mens die in Hem gelooft, te redden en een plaats te geven op een nieuwe aarde die tot op de dag van vandaag zucht onder het zondige handelen van de mensheid.


Henk BoermanBiertje met de dominee; Missionair kerk-zijn op het platteland

Plateau, Amersfoort; 120 blz,; 14,99

Wonend in een dorp en predikant van een kleine gemeente, maar wel op de Biblebelt en omringd door grote kerkelijke gemeenten, leest het boek ‘Biertje met de dominee” wat dubbel. Er zijn overeenkomsten en ook zoveel verschillen met de kleine kerkelijke gemeenten in Drenthe. Gelukkig is het boek over missionair kerk-zijn op het platteland niet geschreven als een handleiding. Het is een boek met verhalen over een missionaire proces dat zich afspeelt in Westerveld. Geen spectaculaire verhalen volgens ds. Mark de Jager. Maar als een 82-jarige een missionaire houding ontwikkelt, dan gebeurt er wel iets.

Tegelijk zijn het de verhalen van dáár. Verhalen die kunnen raken, maar door theologische verschillen ook op afstand kunnen blijven. Ook in het laatste geval is het goed om op een middag het boek ter hand te nemen. Niet alleen om het eerste en laatste hoofdstuk. Ook de tussenliggende verhalen lezen en zeker het voorwoord door de scriba van de Protestantse Kerk in Nederland Kees van Ekris.

Kees van Ekris raakt de kern van kerk-zijn en pionieren aan. De aantrekkingskracht van Jezus. Toen en ook nu. Wie durft anno nu het risico te nemen zich met Hem te verbinden? In de inleiding wordt dit benadrukt door het hernieuwde besef dat de kerk niet alleen leeft van wat zij was, maar ook van wat zij geroepen is te zijn. Zoeken naar wat God vandaag vraagt. Bij dit zoeken is in het boek Missie Westerveld het voorbeeld dat de lezer aan wil sporen om hier zelf mee aan de slag te gaan.

Missie Westerveld is een initiatief om te pionieren dat door ds. Mark de Jager is geïnitieerd als reactie op een overheidsrapport uit 2021. Als er niets zou veranderen zouden tien van de dertien kerken sluiten. De urgentie was groot en de roeping gevoeld. Er kwam bij hem beweging en aansluitend bij de IZB en de kerkelijke gemeenten in de regio die hij aanschreef. Missie Westerveld was geboren als een proeftuin voor structurele missionaire projecten op het platteland. Dit vanuit de gedachte van de Missio Dei. De overtuiging dat de wereld Gods werkterrein is, waarin lokale christenen mogen meewerken. Als kerk de roeping kennen om naar buiten te treden.

Onherroepelijk komt de vraag boven hoe je dit doet. Het laatste hoofdstuk geeft geen blauwdruk, maar wil aan het denken zetten om zelf in beweging te komen. Zelf. Want veel missionaire projecten beginnen bij één persoon of een kleine groep. Mensen die een gevoel van urgentie ervaren en roeping voelen. Hierbij wordt er op gewezen dat dit niet betekent dat er allerlei initiatieven bedacht moeten worden en activiteiten georganiseerd. Het betekent allereerst luisteren en aanwezig zijn. Wat is in jouw specifieke context passend en nodig. Het is het begin van de pioniersreis, waarbij Missie Westerveld en het boek ‘Biertje met de dominee’ aan willen sporen om als eerste in beweging te komen.