De ophef die ontstaan is na de publicatie van de Nashville-verklaring kwam achteraf niet als een verrassing en was vooraf te verwachten. Tegelijk ging het alle perken te buiten. Iedereen en dan ook iedereen moest zijn zegje er over doen. Waarbij vooral zonder enige onduidelijkheid naar voren kwam hoe verschrikkelijk deze verklaring wel niet was en hoe ver men er afstand van nam. BN-ers lieten van zich horen. Burgerlijke gemeenten hesen de regenboogvlag en kerken / dominees lieten weten dat bij hen iedereen wel welkom was.

Het was achteraf toch ook wel verrassend dat er zo massaal door heel Nederland gereageerd werd. Tenminste het leek alsof heel Nederland reageerde. Dit was natuurlijk niet zo, maar de reacties waren zo fel en luid, dat het leek dat Nederland even unaniem was in de afwijzing. Grote vraag is natuurlijk waar die eensgezindheid vandaan kwam. Wat heeft er voor gezorgd dat opstellers en ondertekenaars als haters werden neergezet en allerlei scheldkanonnades over zich heen kregen?

Het lezen van draadjes op Twitter en van afzonderlijke Tweets. Gaven mij wel een idee naar de oorzaak. Eigenlijk moet ik zeggen dat een gebeurtenis van een aantal jaren geleden mij stof gaf om tot het begrijpen te komen. De uitkomst. Het verschil met betrekking tot identiteitsbepaling.

Het was in de lijdenstijd op een bijeenkomst van regionale predikanten, dat een predikante een opening hield over Goede Vrijdag. Een prima opening. Dit was de overtuiging van al de aanwezigen. Zowel de vrijzinnige collega’s, als de Gereformeerde bondspredikanten waren onder de indruk. Een unieke situatie. Soms zou je dan ook willen dat de tijd even stilgezet kon worden. Want unieke situaties duren zelden lang. Zo ook nu niet. Er volgde een gesprek over de inleiding, waarbij de inleidster op een gegeven moment zei: “Ik heb niets met het woord schuld. Ik ben zoals ik ben. Zo hebben mensen mij te accepteren”. Vervolgens kwamen de vragen. Als je niets hebt met schuld, wat heb je dan met Goede Vrijdag? Een andere collega voegde toe, dat voor hem Jezus het type was van de lijdende mens. Op de vraag of dit ook iemand anders kon zijn, antwoordde hij met ja. De eenheid die er even leek te zijn, was plotsklaps volledig verdwenen, alsof die er nooit geweest was.

Een aantal reacties op de Nashville-verklaring deden mij hier aan denken en zorgden er voor dat ik ontdekte, dat er een groot verschil is in de manier van in het leven staan. Twee manieren die draaien om het woord identiteit. Waardoor wordt bepaald wie ik ben?

Tijdens de bijeenkomst van predikanten werd duidelijk dat bij de betreffende predikante de identiteit bepaald werd door haarzelf. Zo ben ik. Dit ben ik. Dit klinkt mogelijk niet vreemd in de oren. Want mijn identiteit is toch wie ik ben. Maar zo wordt dit niet opgevat door de rechterflank van de kerk. De identiteit van de mens wordt niet bepaald door wie je bent, maar door wie je voor God zou moeten zijn. Wie op deze manier naar zichzelf kijkt, die ziet vele gebreken en tekortkomingen. Die ziet schuld. Die ziet een zondaar voor Gods aangezicht. Die ziet de noodzaak van bekering en ook van verzoening en vergeving van zonden, omdat door eigen kracht niet aan Gods doel voldaan kan worden. Deze mens heeft een middelaar nodig tussen God en mens.

De kerk van alle tijden en plaatsen heeft deze Middelaar gevonden in Jezus Christus, die beleden wordt als Gods Zoon. Gods zelf die mens geworden is om aan het kruis Zijn leven te geven en de losprijs te betalen om allen die in Hem geloven met God te verzoenen. Wie zonde en schuld kent in zijn leven, die zal dankbaar gebruik willen maken van de verlossing die God biedt in Jezus. Maar hier houdt het niet op. Wie ziet op de gekruisigde Christus en na schuldbelijdenis vergeving van zonden ontvangen heeft, die zal uit dankbaarheid willen leven naar Gods wil. In deze situatie is het uitermate belangrijk om Gods Woord zo te onderzoeken, dat Zijn wil duidelijk wordt. Want alleen dan kan met behulp van de Heilige Geest rechtvaardig voor God geleefd worden. Hierbij kent men de gedachte van Maarten Luther, dat men tot de wederkomst van Jezus tegelijk rechtvaardig en zondaar blijft.

Wie niets met het woord schuld heeft en de eigen identiteit in zichzelf vindt en van mening is, dat iedereen hem/haar maar moet nemen hoe hij/ zij is, die zal niet de noodzaak hebben om in de Bijbel op te zoek te gaan naar allerlei regels van hoe God wil dat een mens leeft. Ik leef zoals ik ben. Want zo ben ik en zo moet iedereen en ook God mij accepteren. Zo heeft God mij toch gemaakt.

Wie dit laatste standpunt huldigt, die zal van mening zijn dat ieder mens er mag zijn zoals die mens er wil zijn. Wie het andere standpunt aanhangt, zal van mening zijn dat een mens de eigen identiteit moet vinden in Christus en dat Gods norm bepalend is. In het eerste geval is er volledige acceptatie van LHBTIQ-ers en die mogen zijn en blijven zoals zij zelf willen. In het tweede geval is er wel de acceptatie, maar zal op de weg van het geloof gestreden moeten worden tegen zonden. Hier komt de interpretatie van de Bijbel om de hoek kijken. Waarbij de klassiek christelijke invulling van het huwelijk die is van het monogame huwelijk van één man en één vrouw in liefde en trouw.

Twee verschillende uitgangspunten betreffende de identiteit van de mens zorgen ervoor dat er verschillende uitkomsten zijn en dat men elkaar niet begrijpt, maar ervaart als bedreigend. Wanneer het uitgangspunt gedeeld wordt dat de identiteit gevonden behoort te worden in Christus, dan zal zonder verklaringen en in allen openheid het gesprek gevoerd moeten worden over de interpretatie van de Bijbelse teksten. Dit alles coram Deo.

Was het toevallig dat ik vanmorgen het labeltje van het theezakje bekeek? Nee, dat doe ik elke keer wanneer ik voor mijzelf en eventueel anderen thee zet. Het was dus geen toeval dat ik las: “Geloof jij in toeval”. Ik was wel verrast. Ik las immers een vraag over geloof en in het openbare leven kom je dit niet vaak tegen. De meeste bedrijven zorgen ervoor dat ze geen associaties oproepen met geloof. Al wordt het een enkele keer bewust opgezocht, zoals bij de reclame van Samsung Galaxy 60s.      Maar nu dus ook op een labeltje van een theezakje van Pickwick.

Geloof jij in toeval.

Het hangt er misschien wel vanaf wat we onder geloven verstaan. In veel gevallen betekent het ‘vertrouwen op’. Vertrouw ik op toeval. Ik vermoed dat veel mensen hier met nee op zullen antwoorden. Want vertrouwen op toeval is als het vinden van een speld in een hooiberg, terwijl je de koeien aan het melken bent. Want vertrouwen op toeval is sterker dan geloven dat iets wel goed zal komen.

De tekst op het labeltje heeft volgens mij dan ook een andere betekenis.

Is het veelmeer de vraag of toeval bestaat? Dit is een lastige. Allemaal kennen we gebeurtenissen en ontmoetingen die we als toevallig bestempelen. Het is een toevalstreffer wanneer je een bekende tegenkomt in een miljoenenstad of wanneer je een reclameaanbieding tegen het lijft loopt van een smartphone die je net wilde aanschaffen. Bestaat hiermee toeval? Het geeft feitelijk gebeurtenissen aan waar je geen rekening mee had gehouden en niet had verwacht. Laten we dit als definitie aannemen. Iets is toevallig wanneer je met iets geen rekening had gehouden en ook niet had verwacht.

Maar kun je hierin geloven?

Kun je belijden te geloven in gebeurtenissen die onverwacht plaats vinden en waarmee je geen rekening had gehouden. Kun je daarop vertrouwen? Wie hier ja op zegt, komt al heel snel uit bij een macht achter toeval. Maar is het dan nog toeval? De theoloog dr. K.H. Miskotte heeft ooit geschreven: “Toeval is iets wat ons tot onze onbegrijpelijke vreugde toe-valt. Het is een onverwachte, ondenkbare gave, iets dat mensen op een gegeven ogenblik in hun leven van hoger Hand toe-valt.” Hij ziet een hogere Hand. De hand van God. Hij zei dit in het licht van een gebeurtenis uit het Bijbelboek Ruth. In Ruth 2 vers 3 lezen we dat het Ruth overkwam dat zij op een deel van de akker van Boaz terecht kwam. In de Staten vertaling staat ‘bij geval’, maar het Hebreeuwse woord is ook te vertalen met toeval, zoals gebeurd is in de Nieuwe Bijbelvertaling.

Hierin wil en kan ik geloven. Geloven dat zaken mij toevallen omdat God ze schenkt. Met een ander woord wordt dit ook wel genade genoemd. Want wat God schenkt is geen loon naar werken, maar is onverdiend. Toeval is zo een wonder. Niet alleen onverdiend, maar ook onverwacht en iets waarmee geen rekening gehouden is. In het boek Het gewone leven. In den spiegel van het boek Ruth staat een citaat van Miskotte wat dit nog sterker uitdrukt: “het wonder Gods is bij uitstek Toeval, d.i. wat ons, tot onze onbegrijpelijke vreugde toe-valt, voor onze blijde voeten geworpen wordt als een onverwachte, ondenkbare gave.”

Wie dit op zich laat inwerken die verlaat al snel de gedachten over toevallige gebeurtenissen en ontmoetingen. Want er is iets veel groters dat ons van Godswege toevalt. De genade van Christus. Hij die uit het geslacht van Ruth is, is de Verlosser die ons door de Heere God geschonken is en die zelf Zichzelf gaf om onverdiende zaligheden toe te laten vallen aan hen die dit niet verdiend hebben. Wat is het grandioos wanneer we van harte mogen geloven dat vergeving van zonden en verzoening ons toevallen door het geloof in de gekruisigde en opgestane Heere en Zaligmaker. In Zijn Zoon is God met ons. Iets dat een enkele keer zichtbaar wordt in hele kleine dingen die we achteloos toeval noemen.

 

Nu de Eerste Kamer zich buigt over het wetsvoorstel van D’66 Kamerlid Pia Dijkstra verschijnen ook in christelijk Nederland allerlei reacties. Voor en tegenstanders van de wet manifesteren zich. Rentmeesterschap en naaste liefde zijn hierbij begrepen die veelvuldig gebruikt worden. Om niet in herhaling te vallen wil ik een andere insteek maken. Namelijk vanuit #MeToo.

In oktober 2017 ging de hashtag, die al in 2006 bedacht is, viral. Aanleiding is het seksueel misbruik van vrouwen door mannen in machtsposities. Het moet afgelopen zijn met seksuele intimidatie en aanranding en wie zijn handen niet kan thuis houden die wordt openlijk beschuldigd. De hashtag #MeToo laat duidelijk zien dat je van een ander en in het bijzonder van de intieme delen van het vrouwelijke lichaam afblijft. Alleen wanneer een vrouw zonder dwang nadrukkelijk toestemming geeft, mag een man zijn hand uitstrekken naar haar geslachtsorganen.

Het principe is helder. Nee is nee, maar geen nee betekent geen ja.

 

Laten we dit principe nu eens toepassen op orgaandonatie. Wie in het donorregister aangegeven heeft dat de organen na het overlijden niet beschikbaar zijn voor transplantatie heeft duidelijk nee gezegd en nee is nee. Maar is het juist om een ja te veronderstellen wanneer iemand geen nee heeft gezegd? Dit gaat in tegen het principe dat we tegengekomen zijn bij #MeToo. Geen nee betekent geen ja.

 

Het lijkt mij dat er alles aangedaan mag worden om mensen te stimuleren om de organen na het overlijden beschikbaar te stellen voor transplantatie. Maar wanneer iemand dit niet heeft aangegeven in het donorregister is het ongepast om een ja te veronderstellen.

Handen af van ieder orgaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de persoon zelf of bij orgaantransplantatie van de nabestaanden.

De gedachte pikte ik op uit het essay ‘Heilige Strijd’ van Beatrice de Graaf.

 

Bij haar beschrijving van een religieuze benadering van veiligheid verwijst zij naar Ezechiël 34 vers 28. In het betreffende hoofdstuk uit dit Oudtestamentische Bijbelboek gaat het over de leiders van Israël die als herder het volk moeten leiden en beschermen. Deze bescherming is tegen wolven en dergelijke. Maar de leiders van Israël blijken valse herders te zijn. Hun leven verrijken zij ten koste van de kudde.

 

Wat we in dit hoofdstuk zien is tweeledig. Daar zijn de wolven. Zij staan voor het kwaad van buiten. Daarnaast zijn er de valse herders. Zij symboliseren het kwaad van binnenuit. Het kwaad van buiten is een reëel gevaar. De wolven zijn er en kunnen zo opdoemen. Maar het gevaar van binnenuit is ook werkelijk. Misschien zelfs wel meer verwoestend. In ieder geval minder zichtbaar. Want valse herders lijken net echte herders.

 

In onze westerse samenleving is er veel nadruk op het gevaar van buitenaf. Er is veel waar mensen angst voor hebben. De angst voor terroristische aanslagen. De angst voor de gevolgen van de klimaatverandering. De angst voor het verliezen van de nationale identiteit. De angst voor verlies van privacy.

Een gevolg is dat we ons gaan bewapenen. Niet met revolvers en geweren zoals in de Verenigde Staten, maar het is wel hetzelfde principe. In Amerika is het recht om een wapen te dragen diep verankerd in de wet. Je moet je immers kunnen verdedigen als burger. In de uitgestrekte delen van Amerika is dit ook nog wel te begrijpen.

Zo is het ook begrijpelijk dat wij er alles aan doen dat wij niet getroffen worden door een terroristische aanslag. Dat we gevolgen van de klimaatverandering voor blijven. Wie vreest dat de nationale identiteit steeds meer te grabbel wordt gegooid zal er alles aandoen om Neêrlands trots hoog te houden en vreemde elementen uit de cultuur te weren. Zo wapenen we ons tegen het gevaar van buitenaf.

 

Maar er is niet alleen gevaar van buitenaf. Misschien moeten we ons wel meer bewust zijn van het gevaar van binnenuit. Ik denk vooral aan populisme en polarisatie. Een groot aantal leiders van politieke partijen zegt de stem van het volk te laten klinken om tegen de elite in te gaan. Al die populisten zorgen ervoor dat de tegenstellingen tussen verschillende bevolkingsgroepen versterkt wordt. Interne verdeeldheid wordt gecreëerd. Deze polarisatie zorgt ervoor dat in de samenleving mensen harder tegenover elkaar komen te staan. Burgers staan tegenover burgers. Voor een land is dit desastreus. Onderlinge verdeeldheid maakt een land zwak. Dan kunnen we ons nog zo goed verdedigen tegen gevaar van buitenaf, maar dan schieten we onszelf in de voet.

 

Misschien zijn de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 een goed begin. Laten we beginnen om de stem niet te geven aan politieke leiders die de inwoners van ons land uiteendrijven. Het vakje voor de naam van die persoon moeten we rood kleuren die zoekt naar en werkt aan een samenleving waar respect is en saamhorigheid. Ons land heeft leiders nodig die bijeenbrengen en verbinden. Het is de hoogste tijd dat we gaan polderen.

 

Het waterbeheer in de Nederlandse polders laat zien hoe dat moet. Het water moet niet te hoog staan, zodat het land drassig en onbegaanbaar is. Maar het waterpeil moet ook niet te laag wezen, want dan klinkt het land in. Het gaat om het juiste evenwicht. Zo zal ook in de politiek en in de hele Nederlandse samenleving weer gezocht moeten worden naar een evenwicht, zodat Nederland in alle opzichten op niveau blijft en begaanbaar.

 

In de RKK was er de commissie Deetman. Velen. Zeer velen deden bij hem beklag over seksueel ontoelaatbaar gedraag in de kerk. De kerk kwam zelfs bekend te staan als een plaats waar seksueel overschrijdend gedrag plaats vond. Inmiddels weten we beter. In de filmwereld, de modewereld, de sportwereld, de mediawereld, de politiek, de onderwijswereld, de kinderopvang, het uitgaansleven etc. Overal vindt seksueel ongewenst gedrag plaats. De maatschappij is er van doordrongen. Heel de samenleving is pervers. De hashtag #MeToo heeft dit wel duidelijk gemaakt.

Wat ook duidelijk is geworden is dat er onduidelijkheid is over wat wel toelaatbaar en gepast is en de grens niet overschrijdt.

In de later verwijderde  tweet van mr Pieter van Vollenhoven wordt deze vraag gesteld.  Uit het tv-programma ‘verkracht of niet’‘ blijkt ook dat mensen dezelfde situatie verschillend beoordelen. Wat voor de een ontoelaatbaar is vindt een ander blijkbaar kunnen. Het laat zien dat we niet in staat zijn om an te voelen hoe een ander zich er toe verhoudt. De eigen seksuele focus bepaald hoe ver we gaan en niet de grens die de ander heeft getrokken. Dat is laakbaar.

 

Het doet mij denken aan wat kinderen al op de basisschool wordt geleerd. Nee is nee. Misschien kan stichting Sire hier eens een reclamespot overmaken. Het heeft vooral te maken met respect voor de medemens. In veel gevallen respect voor vrouwen. Nu duurde het met het algemeen kiesrecht twee jaar voordat ook vrouwen actief stemrecht kregen. Hopelijk vindt de samenleving respect voor elkaar eerder belangrijk